Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
1.in de periode van 20 juni 2018 tot en met 1 maart 2022 te Goes en Bergen op Zoom,tezamen en in vereniging met anderen, telkens opzettelijk heeft verkocht(dealers)hoeveelheden, van een materiaal bevattende cocaïne en heroïne en (meth)amfetamine en MDMA, zijnde middelen als bedoeld in de bij de Opiumwetbehorende lijst I.
op 1 maart 2022 te Bergen op Zoom opzettelijk aanwezig heeft gehad
529 pillen bevattende MDMA en 23,9 gram methamfetamine,
zijnde middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.
op 1 maart 2022 te Bergen op Zoom opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid
van (in totaal) ongeveer 4.176,5 gram hennep zijnde hennep een middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.Het beslag
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
een gevangenisstraf van 2 (twee) jaren;