Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2023:727

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
1 februari 2023
Publicatiedatum
7 februari 2023
Zaaknummer
10223710_T01022023
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Verstek
Rechters
  • Ponds
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4 lid 1 Brussels I bis-verordening (EU) nr. 1215/2012Art. 4 lid 1 onder b Rome I-verordening (EG) nr. 593/2008Richtlijn 93/13/EEG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevoegdheid Nederlandse rechter en toepasselijk recht bij betalingsovereenkomst met buitenlandse zorgverlener

Eiseres, het Universitair Ziekenhuis Antwerpen gevestigd in België, vordert betaling van een bedrag van €658,32 van gedaagde, een Nederlandse consument. Gedaagde is niet verschenen, waarna verstek is verleend. De rechtbank onderzoekt eerst haar bevoegdheid en het toepasselijke recht vanwege het internationale karakter van het geschil.

Op grond van artikel 4 lid 1 van Pro de herschikte verordening (EU) nr. 1215/2012 (Brussel I bis) is de Nederlandse rechter bevoegd, en de kantonrechter te Middelburg is bevoegd gezien de woonplaats van gedaagde. Vervolgens wordt het toepasselijke recht vastgesteld aan de hand van Verordening (EG) nr. 593/2008 (Rome I). Omdat geen rechtskeuze is gemaakt, geldt het recht van het land waar de dienstverlener is gevestigd, namelijk België.

Eiseres vordert ook administratiekosten wegens te late betaling. De kantonrechter overweegt dat een boete wegens niet tijdige betaling mogelijk oneerlijk is jegens de consument en dat eiseres zich hierover moet uitlaten. Daarom wordt de zaak aangehouden en verwezen naar een nieuwe zitting, waar eiseres zich kan uitlaten over het oneerlijke beding. De verdere beslissing wordt aangehouden.

Uitkomst: De zaak wordt aangehouden voor nadere beoordeling van het mogelijke oneerlijke beding in de betalingsvoorwaarden.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Cluster I Civiele kantonzaken
Middelburg
zaak/rolnr.: 10223710 CV EXPL 22-3004
vonnis d.d. 1 februari 2023
inzake
de buitenlandse rechtspersoon Universitair Ziekenhuis Antwerpen,
gevestigd te Edegem (België),
eiseres,
gemachtigde: Modero Nederland B.V., gerechtsdeurwaarders te Amsterdam,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonadres] ,
gedaagde,
niet verschenen.

1.Het verloop van het geding

De procesgang blijkt uit de dagvaarding van 11 november 2022 met producties.

2.Het geschil en de beoordeling

2.1
Eiseres heeft op de bij dagvaarding omschreven gronden, welke hier als herhaald en ingelast gelden, gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad, gedaagde te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 658,32, te vermeerderen met de rente van 1,50% op jaarbasis over een bedrag van € 642,42 vanaf 29 oktober 2022 tot en met de dag dat de volledige vordering is betaald, alsmede met veroordeling van gedaagde in de kosten van de procedure.
2.2
Gedaagde is, hoewel behoorlijk gedagvaard, niet verschenen op de terechtzitting van
7 december 2022. Per e-mail van 14 december 2022 is namens gedaagde alsnog verzocht om een verweer te mogen indienen. Bij brief van 15 december 2022 van de griffier is alsnog een uitstel verleend om op de inhoud van de dagvaarding te antwoorden. Op de daartoe bepaalde terechtzitting van 4 januari 2023 is geen reactie meer ontvangen en is geen volmacht overgelegd, zodat tegen gedaagde verstek is verleend.
2.3
Nu eiseres is gevestigd in België en gedaagde woonachtig is in Nederland draagt de vordering een internationaal karakter en dient allereerst de vraag te worden beantwoord of de Nederlandse rechter bevoegd is van de vordering kennis te nemen. De Nederlandse rechter is op grond van artikel 4 lid 1 van Pro de herschikte verordening (EU) nr. 1215/2012 (Brussel I bis) bevoegd van het onderhavige geschil kennis te nemen. De kantonrechter te Middelburg is, gelet op de woonplaats van gedaagde, bevoegd om van het geschil kennis te nemen.
2.4
Voorts is aan de orde welk recht op onderhavig geschil van toepassing is. Dit dient te worden beantwoord aan de hand van de Verordening (EG) nr. 593/2008 van 17 juni 2008 (Rome I). Nu gesteld noch gebleken is dat partijen ter zake de voorliggende overeenkomst een rechtskeuze hebben gedaan, geeft artikel 4 lid 1 aanhef Pro onder b de geldende regel weer.
Uitgaande van dienstverlening door een in België gevestigd ziekenhuis aan een Nederlandse patiënt wordt de overeenkomst beheerst door het recht van het land waar de dienstverlener is gevestigd. Aldus luidt de conclusie dat op onderhavige medische behandeling het Belgische recht van toepassing is.
2.5
Eiseres vordert op grond van haar toepasselijke betalingsvoorwaarden betaling van
€ 25,00 aan administratiekosten, omdat gedaagde heeft verzuimd de hoofdsom tijdig te betalen. De kantonrechter is voorshands van oordeel dat een boete vanwege niet tijdige betaling oneerlijk is in de relatie met gedaagde als consumenten en dat eiseres zich beroept op een oneerlijk beding in de zin van de Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten. Eiseres wordt in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de vraag of het relevante beding uit de betalingsvoorwaarden als een oneerlijk beding dient te worden gekwalificeerd.
2.6
De kantonrechter houdt iedere verdere beslissing aan.

3.De beslissing

De kantonrechter:
verwijst de zaak naar de terechtzitting van
woensdag 1 maart 2023 te 09.00 uur, waar eiseres in de gelegenheid wordt gesteld, indien gewenst, zich uit te laten over hetgeen onder rechtsoverweging 2.5 is overwogen;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. Ponds, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 1 februari 2023, in tegenwoordigheid van de griffier.