Uitspraak
wonende te [woonplaats 1] ,
- mr. M. Janse,advocaat te Halsteren, in haar hoedanigheid van bijzondere curator over de [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats ] op [geboortedag] 2021;
- [belanghebbende], hierna te noemen: [belanghebbende] , wonende te [woonplaats 2] , advocaat: mr. M.M.J. Bos te Dordrecht,
Stichting Jeugdbescherming Brabant, gevestigd te Etten-Leur, hierna te noemen de gecertificeerde instelling (de GI),
- de man, bijgestaan door zijn advocaat en door een tolk Koerdisch;
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
- een vertegenwoordigster van de Raad;
- twee vertegenwoordig(st)ers van de GI.
2.De (nadere) beoordeling
voor de erkenning van de minderjarige te verlenen de belangen van de vrouw bij
een ongestoorde verhouding met de minderjarige althans de belangen van de
minderjarige zelf schaden?
- Bestaat er, bij toewijzing van het gezag aan de ouders gezamenlijk, een
- Welke vorm van contact tussen de man en [minderjarige] komt het meest tegemoet aan de belangen van de minderjarige en hoe dient deze regeling qua aard, duur en frequentie vorm gegeven te worden?
- Zijn er contra-indicaties voor omgang en zo ja, welke?
- In hoeverre zijn deze contra-indicaties op te heffen; hoe, onder welke voorwaarden en op welke termijn?
11 juni 2024 pro forma,met het verzoek aan de GI om de rechtbank alsdan door middel van een verslag te informeren over de voortgang, de resultaten en – indien van toepassing – de adviezen van de hulpverlening in het kader van de ondertoezichtstelling. Zo nodig en mogelijk kunnen de verzoeken tot gezag en omgang te zijner tijd gezamenlijk worden behandeld met een eventueel verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling van [minderjarige] .
3.De beslissing
gezagen de
omgangaan tot
11 juni 2024 pro forma, met het verzoek aan de GI om de rechtbank alsdan door middel van een verslag te informeren over de voortgang, de resultaten en – indien van toepassing – de adviezen van de hulpverlening in het kader van de ondertoezichtstelling.