Op 4 februari 2022 heeft verdachte samen met anderen openlijk geweld gepleegd tegen het slachtoffer te Goes. De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was voor zware mishandeling, omdat zwaar lichamelijk letsel niet overtuigend was vastgesteld. Wel werd bewezen dat verdachte en medeverdachten gezamenlijk geweld hebben gebruikt, waaronder duwen, slaan en schoppen.
De rechtbank sprak verdachte vrij van zware mishandeling maar veroordeelde hem voor openlijk geweldplegen in vereniging. De strafmaat werd vastgesteld op een taakstraf van 150 uur zonder voorwaardelijke straf, passend geacht gezien de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Daarnaast werd een vervangende hechtenis van 75 dagen opgelegd indien de taakstraf niet wordt uitgevoerd.
De benadeelde partij kreeg een immateriële schadevergoeding van €750 toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum van het feit. Tevens werden proceskosten voor rechtsbijstand gedeeltelijk toegewezen conform het liquidatietarief. Verdachte en medeverdachten zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de schade en kosten. De rechtbank verklaarde het overige deel van de schadevordering niet-ontvankelijk en verwees dit naar de civiele rechter.