Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.[eiser in conventie sub 1] ,
[eiser in conventie sub 2],
1.De procedure
- het tussenvonnis van 14 december 2022 met alle daarin vermelde stukken,
- de van de zijde van [eiser in conventie sub 1] en [eiser in conventie sub 2] in het geding gebrachte akte inbrengen productie, met producties genummerd 1 en 2,
- de van de zijde van [gedaagde in conventie] in het geding gebrachte conclusie van repliek in oppositie met producties, genummerd 11a t/m 16,
- de mondelinge behandeling gehouden op 23 mei 2023 waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt en de ter gelegenheid hiervan overgelegde spreekaantekeningen van mr. Jacometti die aan het dossier zijn toegevoegd.
2.De feiten
3.Het geschil
in conventie
€ 15.000,--, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag ter zake onbetaald gebleven facturen gericht aan [verweerder in reconventie sub 1] en [verweerder in reconventie sub 2] , alsmede wegens vergoeding van de waarde ten gunste van de aan [verweerder in reconventie sub 1] en [verweerder in reconventie sub 2] door [eiser in reconventie] uitgevoerde werkzaamheden en/of geleverde materialen vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding;
4.4. De beoordeling
in conventie
€ 2.957,50(2,5 punt)