Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
2.De feiten
voorlopigeenmaal per maand, en indien nodig vaker, schriftelijk (per post/WhatsApp of e-mail) dient te informeren over de (o.a. sociale en medische) ontwikkelingen van [minderjarige02] en [minderjarige03] , waaronder zij ook foto’s en filmpjes van hen dient te voegen. Teven heeft de rechtbank bepaald dat er
voorlopigbegeleide omgang zal zijn tussen de man en [minderjarige02] en [minderjarige03] , met inachtneming van wat in rechtsoverweging 4.4 van die beschikking is overwogen