De man en de vrouw zijn in 2012 een geregistreerd partnerschap aangegaan waaruit een kind is geboren. Het partnerschap werd in 2017 ontbonden. De man verzocht de rechtbank om een verklaring voor recht dat de partneralimentatieverplichting van de vrouw jegens hem op 20 juli 2021, dan wel op een door de rechtbank vast te stellen datum, was geëindigd. Hij baseerde zich op de oude wetgeving die gold tot 1 januari 2020, waarbij de duur van alimentatie bij een kortdurend partnerschap met kinderen gelijk was aan de standaardtermijn.
De rechtbank oordeelde dat de nieuwe wetgeving van 1 januari 2020 van toepassing is, omdat er geen alimentatieverplichting was vastgesteld of overeengekomen voor die datum. De huidige wet bepaalt dat partneralimentatie eindigt na de helft van de duur van het partnerschap met een maximum van vijf jaar, tenzij kinderen jonger dan twaalf jaar zijn geboren en de alimentatiegerechtigde voor hen zorgt.
De rechtbank stelde vast dat de man en vrouw de zorg voor het kind ongeveer gelijk verdeeld hadden en dat de man ondanks zijn zorgtaak in staat was om in eigen levensonderhoud te voorzien totdat hij vanwege psychische problematiek een uitkering ontving. Deze problematiek stond los van de zorg voor het kind. Daarom was de uitzondering voor kinderen jonger dan twaalf jaar niet van toepassing.
De rechtbank concludeerde dat de alimentatieverplichting van de vrouw jegens de man is geëindigd op 1 januari 2020 en wees het verzoek van de man toe. De verklaring voor recht werd uitgesproken zonder uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.