Op 18 april 2023 werd in de woning van verdachte een aanzienlijke hoeveelheid amfetamine, amfetamine-olie en een kristallisatielaboratorium aangetroffen. Verdachte ontkende kennis van de drugs en stelde alleen ruimte te hebben verhuurd aan anderen. De rechtbank oordeelde dat verdachte wetenschap en beschikkingsmacht over de amfetamine had en dat medeplegen wettig en overtuigend bewezen was.
De rechtbank sprak verdachte vrij van het medeplegen van het bereiden of bewerken van amfetamine, omdat hiervoor onvoldoende bewijs was. De strafbaarheid van het feit werd bevestigd, mede gelet op de hoeveelheid en de ernst van de zaak. De rechtbank hield rekening met persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder werkloosheid, depressie en schulden.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 18 maanden op, waarvan 9 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De tijd in voorarrest werd in mindering gebracht. Daarnaast werd beslag gelegd op de inbeslaggenomen voorwerpen en een deel daarvan teruggegeven aan verdachte. Het vonnis werd uitgesproken door drie rechters op 25 oktober 2023.