Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Stichting Jeugdbescherming Brabant, locatie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de rechtbank om een ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen vanwege ernstige bedreigingen in hun sociaal-emotionele en didactische ontwikkeling. De moeder, belast met het ouderlijk gezag, woont met de kinderen en vertoont onvoldoende bereidheid en vermogen om de bedreigingen weg te nemen of hulpverlening te accepteren. De vrijwillige hulpverlening faalt door aanhoudende weerstand en conflicten tussen moeder en instanties.
Tijdens de mondelinge behandeling gaf de moeder aan niet tegen de ondertoezichtstelling te zijn en hoopt zij dat dit haar meer rechtsbescherming biedt. Zij erkent de problemen, zoals schoolverzuim en gezondheidsproblemen door schimmel in de woning, en staat open voor hulpverlening. De gecertificeerde instelling kan de maatregel uitvoeren, maar er is nog geen gezinsvoogd beschikbaar.
De kinderrechter oordeelt dat aan de wettelijke criteria is voldaan en wijst de ondertoezichtstelling toe voor vier maanden. Dit geeft de moeder de kans om te laten zien dat zij met de hulpverlening samenwerkt en de situatie verbetert. De behandeling van het resterende verzoek wordt aangehouden tot 23 november 2023. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard om de ontwikkeling van de kinderen te waarborgen.
Uitkomst: De rechtbank stelt de twee minderjarige kinderen onder toezicht voor vier maanden en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.