Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- een vertegenwoordigster van de GI;
- een vertegenwoordigster van de Raad.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De Stichting Jeugdbescherming Brabant verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen, geboren in 2013 en 2018, die bij respectievelijk vader en moeder wonen. De ondertoezichtstelling was eerder ingesteld wegens zorgen over gebrekkige oudercommunicatie, sociaal-emotionele onveiligheid en kind-eigenproblematiek.
Tijdens de mondelinge behandeling, waar ouders en vertegenwoordigers van de GI en Raad aanwezig waren, bleek dat er positieve ontwikkelingen zijn, zoals verbeterde communicatie tussen ouders en een stabieler contact tussen moeder en het oudste kind. Desondanks zijn er geen definitieve afspraken over de zorgverdeling gemaakt en blijven er zorgen over het gedrag van het oudste kind bij de moeder.
De kinderrechter oordeelde dat verlenging noodzakelijk is om de positieve lijn voort te zetten en de situatie goed te monitoren, vooral bij de moeder. De ondertoezichtstelling wordt verlengd voor zes maanden met onmiddellijke ingang en uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat de maatregel direct geldt ook bij hoger beroep.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarigen wordt verlengd tot 1 juni 2024 en uitvoerbaar bij voorraad verklaard.