ECLI:NL:RBZWB:2023:7473
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen aftrek studiekosten wegens ontbreken volwaardige leningsovereenkomst
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een aanslag inkomstenbelasting 2019 waarbij studiekosten niet als persoonsgebonden aftrek werden toegestaan. De studiekosten van €3.800 werden door haar ouders betaald op basis van een overeenkomst die als lening werd gepresenteerd.
De rechtbank beoordeelde of deze overeenkomst een reële lening was die drukte op belanghebbende. Er was geen bewijs van rente- of aflossingsverplichtingen, en de ouders hadden het bedrag later kwijtgescholden. Hierdoor was niet aannemelijk dat de kosten daadwerkelijk ten laste van belanghebbende kwamen.
De rechtbank concludeerde dat de aanslag terecht niet werd verminderd en dat de persoonsgebonden aftrek voor studiekosten niet kon worden toegekend. Het beroep werd ongegrond verklaard, en belanghebbende kreeg geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 2019 blijft ongewijzigd.