ECLI:NL:RBZWB:2023:7475
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op aftrek specifieke zorgkosten in inkomstenbelasting 2019
Belanghebbende maakte in zijn aangifte inkomstenbelasting 2019 aanspraak op persoonsgebonden aftrek wegens specifieke zorgkosten ter hoogte van €10.249. De inspecteur stelde vragen over de aftrekposten en legde uiteindelijk een aanslag op met een belastbaar inkomen uit werk en woning van €119.919, waarbij de aftrek van zorgkosten niet werd toegestaan omdat deze niet boven de wettelijke drempel uitkwamen.
Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze aanslag, maar dit werd door de inspecteur afgewezen. Bij de zitting van 17 augustus 2023 was belanghebbende niet aanwezig, ondanks correcte oproeping. De rechtbank beoordeelde of de aftrek van specifieke zorgkosten terecht was toegekend.
De rechtbank concludeerde dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat aan alle wettelijke voorwaarden voor aftrek was voldaan. Zo was er geen aftrek mogelijk voor kosten van scootmobiel, bril, rollator, dieetkosten zonder verklaring van een diëtist, eigen risico, verblijfskosten in zorghotel en reiskosten zonder bewijs van afstand. Ook verwees de rechtbank naar een wetswijziging per 2014 waardoor trapliften niet meer aftrekbaar zijn.
Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor de aanslag en belastingrente ongewijzigd blijven. Belanghebbende krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag inkomstenbelasting 2019 wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft ongewijzigd.