Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
- cliënt, bijgestaan door haar advocaat;
2.Het verzoek
3.Standpunten
4.Beoordeling
5.Beslissing
24 april 2024;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een machtiging tot opname en verblijf voor cliënt, geboren in 1940, vanwege haar psychogeriatrische aandoening (Alzheimer dementie). Cliënt ontkent de ernst van haar situatie, weigert zorg en wil niet naar een verpleeginstelling verhuizen.
Tijdens de mondelinge behandeling werden cliënt, haar casemanager, wijkverpleegkundige en dochter gehoord. De casemanager en wijkverpleegkundige rapporteerden over ernstige verwaarlozing, medicatieontrouw, afvallen en het eten van bedorven voedsel. Cliënt laat hulpverleners zelden binnen en vertoont verbale agressie.
De rechtbank concludeert dat cliënt ernstig nadeel lijdt door haar aandoening, waaronder lichamelijk letsel en maatschappelijke teloorgang. Er zijn geen minder ingrijpende alternatieven mogelijk omdat cliënt zorg weigert. De opname in een psychogeriatrische instelling is noodzakelijk voor 24-uurszorg en ter ontlasting van het steunsysteem.
De rechtbank verleent daarom de machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden, ingaande 24 oktober 2023 tot en met 24 april 2024. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden wegens ernstig nadeel door dementie.