ECLI:NL:RBZWB:2023:7499
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde woning en vergoeding immateriële schade wegens termijnoverschrijding
De heffingsambtenaar had de WOZ-waarde van de woning vastgesteld op €348.000 per 1 januari 2020 en legde op basis daarvan een aanslag onroerendezaakbelasting op. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze vaststelling, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de rechtbank.
Tijdens de zitting op 14 september 2023 bereikten partijen een compromis waarbij de WOZ-waarde werd verlaagd tot €328.000. De rechtbank achtte dit compromis passend en besloot dienovereenkomstig. Tevens stelde de rechtbank vast dat de redelijke termijn voor de behandeling van bezwaar en beroep was overschreden met ongeveer zeven maanden.
De rechtbank kende daarom een immateriële schadevergoeding toe van €100, waarvan €25 door de heffingsambtenaar en €75 door de Minister van Justitie en Veiligheid betaald moeten worden. Daarnaast werd de heffingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan belanghebbende. Een ingediend taxatierapport werd niet als deskundigenrapport erkend en de kosten daarvan werden niet vergoed.
De uitspraak werd gedaan door rechter M.M. Dondorp-Loopstra op 26 oktober 2023 en is openbaar. Belanghebbende kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch.
Uitkomst: WOZ-waarde woning verminderd tot €328.000 en immateriële schadevergoeding toegekend wegens termijnoverschrijding.