ECLI:NL:RBZWB:2023:7502
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde woning met waardepeildatum 2020
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning te [plaats], met waardepeildatum 1 januari 2020, die door de heffingsambtenaar is vastgesteld op € 373.000. De rechtbank behandelde het beroep op 18 oktober 2023, waarbij belanghebbende niet aanwezig was. De rechtbank weigerde een verzoek tot uitstel vanwege verblijf in het buitenland.
De heffingsambtenaar onderbouwde de WOZ-waarde met een taxatierapport waarin de woning werd vergeleken met vier referentiewoningen uit dezelfde bouwperiode en regio. De verkoopprijzen van deze woningen zijn geïndexeerd naar de waardepeildatum. Belanghebbende voerde aan dat de referentiewoningen niet vergelijkbaar zijn en dat de indexering onvoldoende is onderbouwd.
De rechtbank oordeelt dat de referentiewoningen voldoende vergelijkbaar zijn en dat de heffingsambtenaar de verschillen en de indexering adequaat heeft toegelicht. Tevens is het motiveringsbeginsel niet geschonden en de methodiek van waardebepaling is een wettelijke keuze waar de rechtbank niet op kan toetsen.
Daarom is de WOZ-waarde niet te hoog vastgesteld en wordt het beroep ongegrond verklaard. De aanslagen OZB en watersysteemheffing blijven gehandhaafd en het griffierecht wordt niet vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van € 373.000 wordt ongegrond verklaard.