ECLI:NL:RBZWB:2023:7607
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen ongeldigverklaring rijbewijs
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het CBR tot ongeldigverklaring van zijn rijbewijs en verzocht om een voorlopige voorziening. Hij stelt dat hij zijn rijbewijs nodig heeft voor zijn werk en dat openbaar vervoer geen duurzame oplossing biedt.
De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83 Awb Pro besloten de zaak zonder zitting te behandelen. Uit de toelichtingen blijkt dat verzoeker tot op heden nog steeds een beroep kan doen op zijn sociale omgeving en collega’s voor vervoer, waardoor geen sprake is van een spoedeisend belang.
Hoewel de werkgever belang heeft bij tijdige aanwezigheid van verzoeker, zijn er geen arbeidsrechtelijke consequenties aangekondigd. De voorzieningenrechter concludeert dat het verzoek om voorlopige voorziening niet kan worden toegewezen en wijst het af. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de ongeldigverklaring van het rijbewijs is afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang.