Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord met productie 1,
- de conclusie van repliek met producties I tot en met V,
- de conclusie van dupliek met productie 2,
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze civiele bodemzaak vordert ANWB een bedrag van € 34,71 vermeerderd met wettelijke rente en incassokosten van [gedaagde in conventie01], wegens vermeende onverschuldigde betaling. [gedaagde in conventie01] betwist dit en toont aan dat zij de betaling op 1 augustus 2018 heeft voldaan met een passend betalingskenmerk.
De kantonrechter oordeelt dat ANWB onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de betaling niet zou zijn ontvangen en gaat uit van de juistheid van het betalingsbewijs van [gedaagde in conventie01]. Hierdoor is de hoofdsom reeds voldaan binnen de termijn van de ingebrekestelling, zodat geen wettelijke rente of incassokosten verschuldigd zijn.
In reconventie vordert [gedaagde in conventie01] een vergoeding van € 20,00 voor kosten die zij heeft moeten maken om een rekeningoverzicht op te vragen om haar verweer te kunnen voeren. De kantonrechter wijst deze tegenvordering toe, omdat ANWB onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat deze kosten voor eigen rekening van [gedaagde in conventie01] behoren te blijven.
De proceskosten worden aan de zijde van ANWB toegewezen, aangezien zij in conventie en reconventie in het ongelijk is gesteld. Het vonnis is gewezen door mr. Van der Burgt en op 1 november 2023 uitgesproken.
Uitkomst: De vordering van ANWB wordt afgewezen en de tegenvordering van € 20,00 wordt toegewezen.