ECLI:NL:RBZWB:2023:7628
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen maatregel Participatiewet van 50% gedurende een maand
Verzoeker ontvangt sinds maart 2020 een bijstandsuitkering en kreeg een maatregel opgelegd van 50% korting op zijn uitkering voor de duur van een maand, omdat hij zich niet aan arbeidsverplichtingen zou hebben gehouden. Hij verzocht om een voorlopige voorziening om deze maatregel te schorsen.
Tijdens de zitting stelde verzoeker dat er altijd sprake is van spoedeisend belang bij korting op bijstand, omdat het inkomen dan ontoereikend is. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat spoedeisendheid per geval moet worden beoordeeld en dat de situatie van verzoeker onvoldoende acute financiële noodzaak aantoonde. Verzoeker gaf aan geen schulden te hebben en dat er geen dreigende uithuiszetting was.
Het college legde aanvankelijk een maatregel van 50% voor een jaar op, maar corrigeerde dit naar één maand wegens een typefout. De voorzieningenrechter benadrukte dat een voorlopige voorziening alleen wordt toegekend bij spoedeisend belang en dat dit hier niet is aangetoond. Daarom werd het verzoek afgewezen.
Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan op 2 november 2023 door voorzieningenrechter J.E.C. Vriends en griffier A.J.M. van Hees.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de maatregel van 50% korting op de bijstandsuitkering voor één maand is afgewezen.