Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2023:7632

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
2 november 2023
Publicatiedatum
2 november 2023
Zaaknummer
10691316 \ VV EXPL 23-71
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
  • Eijssen-Vruwink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:201 BWArt. 7:230 BWArt. 7:900 BWArt. 287b FaillissementswetArt. 284 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot staking of schorsing ontruiming na onherroepelijk vonnis

Partijen sloten op 29 augustus 2018 een huurovereenkomst voor een woning. Bij vonnis van 28 april 2021 werd deze huurovereenkomst ontbonden en werd eiser veroordeeld tot ontruiming binnen vier weken, met betaling van huurachterstand. Dit vonnis is onherroepelijk geworden.

Eiser verzocht later om moratorium en toelating tot de schuldsaneringsregeling, waardoor de ontruiming tijdelijk werd opgeschort. Na beëindiging van de schuldsaneringsregeling en faillissement van eiser, heeft Casade de ontruiming opnieuw aangezegd. Eiser verzocht daarop de ontruiming te staken of op te schorten.

De kantonrechter oordeelt dat geen nieuwe huurovereenkomst is gesloten na het vonnis en dat geen sprake is van een feitelijke of juridische misslag in het vonnis. Ook is onvoldoende onderbouwd dat de ontruiming een noodtoestand veroorzaakt die misbruik van bevoegdheid oplevert. Casade heeft een redelijk belang bij uitvoering van het vonnis. De vordering van eiser wordt daarom afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De vordering tot staking of opschorting van de ontruiming wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer: 10691316 \ VV EXPL 23-71
Vonnis in kort geding van 2 november 2023
in de zaak van
[eiser],
te [plaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. I.A.C. Cools,
procederend met toevoeging [nummer]
tegen
STICHTING CASADE,
te Tilburg,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Casade,
gemachtigde: mr. W.A. Kempe.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties;
- de conclusie van antwoord met producties;
- de mondelinge behandeling van 19 oktober 2023, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Vervolgens is uitspraak bepaald.

2.De feiten

2.1.
Tussen partijen is op 29 augustus 2018, na een eerdere huurovereenkomst, gevolgd door een bruikleenovereenkomst, opnieuw een huurovereenkomst gesloten met betrekking tot de woning aan de [adres] te [plaats] .
2.2.
Bij vonnis van 28 april 2021 heeft de kantonrechter de huurovereenkomst tussen partijen ontbonden en [eiser] en haar inmiddels ex-echtgenoot de heer [naam] veroordeeld tot ontruiming van de woning binnen vier weken na betekening van het vonnis, alsmede tot betaling van de bestaande huurachterstand, met nevenvorderingen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
2.3.
Tegen dat vonnis is geen hoger beroep ingesteld.
2.4.
Op 10 mei 2021 heeft Casade het vonnis laten betekenen en de ontruiming aangezegd tegen 21 juni 2021.
2.5.
Op 17 juni 2021 heeft [eiser] instelling van een moratorium ex artikel 287b Faillissementswet (hierna: Fw) verzocht en gelijktijdig ook een verzoek gedaan tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284 Fw Pro (hierna: WSNP). Bij vonnis van 5 augustus 2021 is het verzoek tot instelling van een moratorium toegewezen; artikel 305 Fw Pro is van toepassing verklaard op de tussen partijen gesloten huurovereenkomst en Casade is verboden om tot ontruiming van de woning over te gaan voor de duur van maximaal zes maanden. Het verzoek om toelating tot de WSNP is in hetzelfde vonnis van 5 augustus 2021 aangehouden tot een nader te bepalen datum.
2.6.
Op 31 maart 2022 is [eiser] toegelaten tot de WSNP. Bij vonnis van 3 april 2023 is de WSNP tussentijds beëindigd. [eiser] is vervolgens met ingang van 12 april 2023 in staat van faillissement komen te verkeren.
2.7.
Casade heeft op 20 juni 2023 de ontruiming aangezegd tegen 7 september 2023.
2.8.
[eiser] heeft de woning niet vrijwillig verlaten.

3.Het geschil

3.1.
[eiser] vordert de ontruiming van de woning per direct te staken en gestaakt te houden dan wel de ontruiming op te schorten voor een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen termijn, althans een zodanige voorziening te treffen als de kantonrechter in goede justitie vermeent te behoren, met veroordeling van Casade in de proceskosten.
3.2.
Casade voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser] , althans tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van [eiser] in de proceskosten.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
In dit kort geding moet worden beoordeeld of de executie van het inmiddels onherroepelijk geworden vonnis moet worden gestaakt of geschorst.
Spoedeisend belang
4.2.
Het spoedeisend belang vloeit voort uit de aard van de vordering en is door Casade ook niet weersproken.
Toetsingskader
4.3.
Uitgangspunt is dat een uitgesproken veroordeling ten uitvoer kan worden gelegd. In een executiegeschil kan de tenuitvoerlegging van een onherroepelijke uitspraak slechts worden geschorst wanneer de executant, gelet op de belangen van de geëxecuteerde, geen in redelijkheid te respecteren belang heeft bij gebruikmaking van zijn executiebevoegdheid. Dat kan onder meer het geval zijn wanneer de te executeren beslissing berust op een kennelijke juridische of feitelijke misslag en/of als de executie op grond van na de beslissing voorgevallen of aan het licht gekomen feiten aan de zijde van de geëxecuteerde klaarblijkelijk een noodtoestand zal doen ontstaan. Deze maatstaf is na het arrest van de Hoge Raad van 20 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:2026 onveranderd gebleven voor uitspraken waartegen - zoals hier - geen rechtsmiddel is ingesteld of nog openstaat.
Nieuwe huurovereenkomst
4.4.
[eiser] stelt dat de tenuitvoerlegging van het vonnis misbruik van bevoegdheid oplevert. Zij stelt daartoe onder meer dat sprake is van een situatie zoals bedoeld in artikel 7:230 BW Pro dan wel van een (nieuwe) overeenkomst die kwalificeert als een huurovereenkomst ex artikel 7:201 BW Pro zodat op grond van het vonnis van 28 april 2021 niet kan worden ontruimd.
4.5.
Op grond van artikel 7:201 lid 1 BW Pro dient een huurovereenkomst te voldoen aan twee criteria; de verhuurder moet woonruimte in gebruik verstrekken en de huurder moet zich verbinden tot een tegenprestatie. Op grond van artikel 7:230 BW Pro kan een eenmaal geëindigde huurovereenkomst ook stilzwijgend worden voortgezet.
4.6.
[eiser] onderbouwt haar stelling dat een nieuwe huurovereenkomst tot stand is gekomen door te verwijzen naar een e-mail van de door Casade ingeschakelde deurwaarder van 15 juni 2023. In die e-mail staat: “(...)
omdat mevrouw [eiser] thans in de woning verblijft op basis van een zogenaamde laatste kansovereenkomst c.q. bruikleenovereenkomst op grond van artikel 7:900 BW Pro.” Verder stelt [eiser] dat in gesprekken tussen de WSNP-bewindvoerder en Casade, waar [eiser] zelf niet bij aanwezig was, (mogelijk) afspraken zijn gemaakt over voortzetting van het gebruik van de woning.
Casade heeft gemotiveerd betwist dat een dergelijke afspraak is gemaakt en ook dat na het vonnis van 28 april 2021 een nieuwe overeenkomst tot stand is gekomen. Gezien het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat partijen na 28 april 2021 geen overeenkomst hebben gesloten die kwalificeert als een huurovereenkomst. De enkele passage uit de e-mail van de deurwaarder is onvoldoende voor een andersluidend oordeel. De stelling van [eiser] dat er afspraken gemaakt zouden zijn tussen Casade en de WSNP-bewindvoerder over voortzetting van de huurovereenkomst is naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende onderbouwd. Het had op de weg van [eiser] gelegen om, gelet op de gemotiveerde betwisting van Casade nadere feiten en omstandigheden te stellen.
4.7.
Vast staat dat Casade de ontruiming van de woning kort na het vonnis van 28 april 2021 heeft aangezegd, en wel tegen 21 juni 2021. Omdat kort voor de datum van de ontruiming door [eiser] een verzoek tot het instellen van een moratorium en een verzoek tot toelating WSNP is gedaan, is de geplande ontruiming niet doorgegaan. Het moratorium is geëindigd op 5 februari 2022. Op dat moment liep het verzoek tot toelating tot de WSNP nog en was de beslissing omtrent toelating door de rechtbank aangehouden.
Dat Casade hangende het verzoek tot toelating tot de WSNP geen gebruik heeft gemaakt van de titel tot ontruiming die zij had betekent naar het oordeel van de kantonrechter niet dat Casade thans misbruik van haar bevoegdheid tot executie op basis van het vonnis van 28 april 2021.
Vervolgens zat [eiser] gedurende ongeveer een jaar in de WSNP. Ook toen heeft Casade niet kunnen overgaan tot ontruiming. Op 3 april 2023 is het WSNP-traject uiteindelijk voortijdig beëindigd en is [eiser] op 12 april 2023 in staat van faillissement komen te verkeren. Ook indien Casade daarvan meteen op de hoogte zou zijn gebracht, zoals [eiser] stelt, is de kantonrechter van oordeel dat Casade voortvarend (genoeg) heeft gehandeld door op 20 juni 2023 (voor de tweede keer) de ontruiming aan te zeggen. Andere feiten of omstandigheden waaruit valt af te leiden dat Casade het vertrouwen bij [eiser] heeft gewekt dat Casade zou afzien van tenuitvoerlegging van het vonnis, dan wel dat recht zou hebben verwerkt, zijn niet gesteld of gebleken. De slotsom is dan ook dat geen (stilzwijgende) nieuwe huurovereenkomst tot stand is gekomen.
Feitelijke of juridische misslag
4.8.
Gesteld noch gebleken is dat in het vonnis sprake is van een feitelijke of juridische misslag.
Noodtoestand
4.9.
Volgens [eiser] zal een noodtoestand ontstaan als zij haar woning wordt uitgezet omdat zij dan met haar vier minderjarige kinderen op straat komt te staan en zij daarnaast kampt met ernstige gezondheidsklachten.
4.10.
Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter is niet komen vast te staan dat na het vonnis feiten zijn voorgevallen of aan het licht zijn gekomen die meebrengen dat de executie van het vonnis blijkbaar een zodanige noodtoestand zal doen ontstaan voor [eiser] dat dit misbruik van bevoegdheid oplevert. De door [eiser] aangevoerde omstandigheden waren al bekend ten tijde van het vonnis van 28 april 2021 en zijn dus niet nieuw. Bovendien heeft [eiser] die omstandigheden in deze procedure niet (voldoende) onderbouwd.
Conclusie
4.11.
Uit het voorgaande volgt dat Casade een in redelijkheid te respecteren belang heeft bij tenuitvoerlegging van het vonnis. De kantonrechter zal de vorderingen van [eiser] daarom afwijzen.
Proceskosten
4.12.
[eiser] is de partij die ongelijk krijgt en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Casade worden begroot op:
- salaris gemachtigde
529,00
- nakosten
132,00
Totaal
661,00

5.De beslissing

De kantonrechter, rechtdoende in kort geding:
5.1.
wijst de vorderingen af;
5.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 661,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Wordt bij niet betaling het vonnis daarna betekend, dan moet [eiser] ook de kosten van betekening betalen;
5.3.
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Eijssen-Vruwink en in het openbaar uitgesproken op 2 november 2023.