Uitspraak
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 2 december 2022,
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De zaak betreft een geschil tussen een eigenaar van een woning en snackbar en de opdrachtgever van bouwwerkzaamheden voor een bibliotheek op een aangrenzend perceel. De eigenaar vordert schadevergoeding voor diverse gebreken aan zijn woning, waaronder schimmelvorming, scheurvorming, en onderhoudsbelemmeringen aan een glazen dak.
De bouwwerkzaamheden zijn uitgevoerd door een aannemingsbedrijf, waarmee de eigenaar eerder een schikking bereikte voor een deel van de schade. De eigenaar stelt dat de opdrachtgever onrechtmatig heeft gehandeld door onvoldoende rekening te houden met zijn belangen, waardoor schade is ontstaan.
De kantonrechter oordeelt dat de opdrachtgever onzorgvuldig heeft gehandeld door de nieuwbouw te dicht tegen het pand van de eigenaar te situeren, waardoor onderhoud aan het glazen dak niet meer mogelijk is. De opdrachtgever wordt aansprakelijk gehouden voor de kosten van het dichtmaken van de smalle ruimte tussen de panden en voor de glasbewassing van het dak gedurende drie jaar.
De vordering tot vervanging van het glazen dak wordt afgewezen omdat de schade aan het glas zelf niet aan de opdrachtgever kan worden toegerekend. De schade aan de tuinkamer wordt eveneens afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en aanwijzingen dat deze schade eerder aan het aannemingsbedrijf kan worden toegerekend.
De opdrachtgever wordt veroordeeld tot betaling van € 4.002,- schadevergoeding, wettelijke rente, en proceskosten. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen.
Uitkomst: De opdrachtgever wordt veroordeeld tot betaling van € 4.002,- schadevergoeding, wettelijke rente en vergoeding van glasbewassingskosten gedurende drie jaar.