Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
2.Verzoek
3.Standpunten
4.Beoordeling
5.Beslissing
[betrokkene01], geboren op [geboortedatum01] 2002 te [geboorteplaats01] ;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 19 oktober 2023 een zorgmachtiging verleend aan betrokkene, geboren in 2002, op verzoek van de officier van justitie. Het verzoek betrof verplichte zorg voor de duur van twaalf maanden, waaronder medicatietoediening, bewegingsbeperkingen, toezicht en opname in een accommodatie. Betrokkene lijdt aan schizofreniespectrumstoornissen gecombineerd met een licht verstandelijke beperking en autismespectrumstoornissen, wat leidt tot ernstig nadeel zoals lichamelijk letsel en psychische schade.
Tijdens de mondelinge behandeling waren betrokkene, zijn advocaat, mentor, GGZ-agoog en familie aanwezig. De advocaat stelde primair een zorgmachtiging voor zes maanden voor, met het oog op afbouw van de zorg. De mentor en GGZ-agoog onderschreven het belang van de machtiging, waarbij de GGZ-agoog pleitte voor de volledige duur van twaalf maanden vanwege kwetsbaarheid en noodzaak tot toezicht en begeleiding.
De rechtbank concludeerde dat verplichte zorg noodzakelijk is omdat betrokkene in het verleden medicatie heeft geweigerd en niet in staat is vrijwillig zorg te accepteren. De voorgestelde zorg is proportioneel en gericht op stabilisatie en herstel van betrokkene’s geestelijke gezondheid. De machtiging wordt toegekend voor zes maanden met de mogelijkheid tot verlenging. De zorg omvat medicatie, medische controles, bewegingsbeperkingen, toezicht, beperkingen in het eigen leven en opname in een accommodatie, waarbij bewegingsbeperkingen en toezicht alleen bij opname kunnen worden toegepast.
De beschikking is mondeling gegeven en schriftelijk uitgewerkt, en er staat cassatie open tegen deze beslissing.
Uitkomst: Zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg wordt verleend voor zes maanden met specifieke vormen van zorg.