ECLI:NL:RBZWB:2023:7672
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Rekestprocedure
- Dijkman
- Rechtspraak.nl
Wijziging omgangsregeling tussen moeder en minderjarigen onder toezicht
In deze zaak heeft de kinderrechter op 9 augustus 2023 een wijziging van de omgangsregeling tussen de moeder en haar twee minderjarige kinderen beoordeeld. De kinderen zijn onder toezicht gesteld en verblijven in pleegzorg. De moeder verzocht om meer omgangsmomenten, met name onbegeleid en met langere duur, terwijl de gecertificeerde instelling en de Raad voor de Kinderbescherming hun adviezen gaven op basis van de huidige situatie en de behandeling van de jongste minderjarige.
De kinderrechter nam mee dat de oudste minderjarige positief staat tegenover meer omgang met de moeder en dat de jongste kind net is gestart met een intensieve traumabehandeling, waardoor voorzichtigheid geboden is. De gecertificeerde instelling krijgt de regie over het vaststellen van de concrete data en het monitoren van de omgang, waarbij de moeder verantwoordelijk is voor het vervoer van de kinderen.
De rechter bepaalde dat de omgang tussen moeder en oudste kind één keer per maand plaatsvindt van vrijdag na school tot zondag 18:00 uur bij de moeder thuis. Voor de jongste geldt een omgangsregeling van eens per acht weken op zaterdag, in een weekend dat de oudste ook bij de moeder verblijft, met de duur van het contact af te stemmen door de gecertificeerde instelling in overleg met de behandelaar en pleegouders.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en biedt ruimte voor uitbreiding van de omgang in vakantieperiodes in overleg. Het hoger beroep kan binnen drie maanden worden ingesteld. De beslissing beoogt duidelijkheid en structuur voor de kinderen en ouders, met aandacht voor de belangen van beide minderjarigen en hun ontwikkelingsbehoeften.
Uitkomst: De omgangsregeling wordt gewijzigd met maandelijkse omgang voor de oudste en eens per acht weken voor de jongste, onder regie van de gecertificeerde instelling.