ECLI:NL:RBZWB:2023:769
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor huurkosten tijdens woningsluiting op grond van Opiumwet
Eiser vroeg bijzondere bijstand aan voor de betaling van huurkosten over de periode dat zijn woning was gesloten vanwege vondst van drugs en een woningsluiting op grond van artikel 13b van de Opiumwet. Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg wees de aanvraag af en verklaarde het bezwaar ongegrond.
De rechtbank oordeelde dat de huurkosten over de periode van woningsluiting niet noodzakelijk waren omdat de huurovereenkomst door de woningbouwvereniging was ontbonden en eiser geen huurrechten meer had. De aanmaningen van de woningbouwvereniging betroffen leegstand- en mutatiekosten, geen huur. Het doorbetalen van huur was niet vereist om aanspraak op de woning te behouden, temeer omdat de woning gesloten was en geen procedure tegen ontruiming was gestart.
De rechtbank stelde vast dat het college terecht geen belangenafweging maakte omdat artikel 35 van Pro de Participatiewet een verplichtend karakter heeft. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van bijzondere bijstand voor huurkosten tijdens woningsluiting wordt ongegrond verklaard.