Uitspraak
1.[eiser] ,
2.
[eiseres],
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eisers hebben de aannemer ingeschakeld voor het herinrichten van hun badkamer, waarbij onder meer de vloer en wanden zijn betegeld. Na oplevering in januari 2020 ontstonden gebreken zoals barstende voegen en loskomende tegels, die in november 2021 aan de aannemer zijn gemeld. Ondanks herstelwerkzaamheden in december 2021 bleven de gebreken bestaan en verergeren.
Eisers vorderen schadevergoeding voor herstelkosten en gevolgschade, waaronder de huur van een mobiele douchecabine. De aannemer voert verweer, onder meer dat eisers hun klachtplicht zouden hebben geschonden en dat de gebreken door externe oorzaken zoals lekkage zouden zijn veroorzaakt.
De rechtbank oordeelt dat eisers tijdig hebben geklaagd en dat de aannemer tekort is geschoten in zijn verplichtingen, onder meer door het niet afkitten van tegelranden en het niet waarschuwen over het opstookprotocol. De gebreken zijn niet het gevolg van externe oorzaken. De gevorderde schadevergoeding en bijkomende kosten worden toegewezen, evenals de proceskosten. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: De aannemer wordt veroordeeld tot betaling van € 6.330,85 schadevergoeding, buitengerechtelijke kosten en proceskosten wegens gebreken aan de badkamer.