Belanghebbende maakte bezwaar tegen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor de jaren 2013, 2015 en 2016, opgelegd vanwege toerekening van gezamenlijke inkomensbestanddelen gecorrigeerd bij de partner. De rechtbank bevestigt dat de aanslagen terecht zijn opgelegd, maar vermindert het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen naar nihil, conform de uitspraak in de procedures van de partner.
De bezwaren voor 2013 en 2015 worden gegrond verklaard en de aanslagen dienovereenkomstig verminderd, terwijl het bezwaar voor 2016 niet-ontvankelijk is verklaard wegens termijnoverschrijding. Daarnaast wordt een immateriële schadevergoeding van € 2.500 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn van behandeling, waarvan € 1.800 voor rekening van de inspecteur komt en € 700 voor rekening van de Minister van Justitie en Veiligheid.
De rechtbank veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten, en vernietigt de uitspraken op bezwaar voor 2013 en 2015 en de beslissing op het verzoek om ambtshalve vermindering voor 2016. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Zeeland-West-Brabant op 6 januari 2023.