ECLI:NL:RBZWB:2023:771
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing waarnemingstoelage wegens onjuiste verjaringstoepassing
Eiser verzocht op 5 maart 2020 om een waarnemingstoelage voor werkzaamheden voorafgaand aan zijn plaatsing in een hogere functie per 1 januari 2018. De korpschef wees dit verzoek aanvankelijk af en verklaarde ook het bezwaar ongegrond, stellende dat eiser te lang had gewacht en het rechtszekerheidsbeginsel een terugwerkende kracht verhinderde.
De rechtbank oordeelt dat het beroep op rechtszekerheid is verdisconteerd in de verjaringstermijn van vijf jaar zoals neergelegd in artikel 4:104 Awb Pro en dat eiser binnen deze termijn heeft gehandeld. Stilzitten binnen deze termijn is onvoldoende voor rechtsverwerking, en er zijn geen andere omstandigheden die dit ondersteunen.
Daarom is het bestreden besluit ondeugdelijk gemotiveerd en onvoldoende zorgvuldig voorbereid. De rechtbank vernietigt het besluit en draagt de korpschef op het bezwaar opnieuw te behandelen met een inhoudelijke beoordeling van het verzoek. Tevens wordt de korpschef veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en de korpschef wordt opgedragen opnieuw te beslissen op het bezwaar met inhoudelijke behandeling van het verzoek om waarnemingstoelage.