Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2023:7712

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
31 oktober 2023
Publicatiedatum
7 november 2023
Zaaknummer
AWB- 23_29
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 ParticipatiewetArt. 44 ParticipatiewetArt. 44a ParticipatiewetArt. 8:1 Algemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang bij plan van aanpak Participatiewet

Eiser, die sinds 2013 een bijstandsuitkering ontvangt, werd door het college van burgemeester en wethouders van Tilburg uitgenodigd voor gesprekken over zijn arbeids- en re-integratieverplichtingen en een plan van aanpak. Het college stelde dit plan van aanpak vast bij besluit van 5 september 2022. Eiser betwistte dat het plan in overleg met hem was opgesteld en voerde medische belemmeringen aan voor arbeidsdeelname.

Na een bezwaarprocedure verklaarde het college het bezwaar ongegrond. Eiser stelde beroep in bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant. Tijdens de zitting gaf het college aan dat eiser per 27 maart 2023 werk had gevonden en geen bijstandsuitkering meer ontving, en dat het plan van aanpak geen rol meer speelt bij een eventuele nieuwe aanvraag.

De rechtbank oordeelde dat eiser geen voldoende procesbelang had, omdat hij geen actuele bijstandsuitkering meer ontvangt en het plan van aanpak geen directe gevolgen meer voor hem heeft. Daarnaast werden klachten over wethouders buiten de reikwijdte van het geding geplaatst.

Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en het griffierecht werd niet vergoed. De uitspraak is openbaar gemaakt en partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.

Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 23/29 PW

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 oktober 2023 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg, college.

Procesverloop

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 24 november 2022 (bestreden besluit).
De rechtbank heeft het beroep op 19 september 2023 op zitting behandeld. Eiser is verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. [vertegenwoordiger college] .

Beoordeling door de rechtbank

Feiten en omstandigheden
1. Eiser ontvangt sinds 20 november 2013 een bijstandsuitkering. Eiser is bij brief uitgenodigd door het college voor een gesprek op 15 juni 2022 en 13 juli 2022. Tijdens deze gesprekken is gesproken over de arbeids- en re-integratieverplichting van eiser en het opstellen van een plan van aanpak.
Bij besluit van 5 september 2022 (primair besluit) heeft het college het plan van aanpak als bedoeld in artikel 44a van de Participatiewet vastgesteld.
Eiser heeft op 28 september 2022 bezwaar gemaakt tegen dit besluit.
Met het bestreden besluit heeft het college het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Beroepsgronden
2. Eiser stelt dat de afspraken in het plan van aanpak niet in overleg met hem zijn gemaakt. Ook is eiser van mening dat hij voldoet aan zijn re-integratieverplichtingen door het schrijven van stukken. Het niet hebben van een gebit vormt voor eiser een belemmering om deel te nemen aan de arbeidsmarkt en het college heeft op 16 juli 2018 ingestemd dat dit een voldoende medische reden is voor eiser om zich af te melden voor deelname aan de arbeidsmarkt. Daarnaast komt het college de gemaakte afspraken niet na en bevat het plan van aanpak feitelijke onjuistheden. Ten slotte stelt eiser dat hij verschillende wethouders ter verantwoording heeft geroepen, maar dat zij daar niet op hebben gereageerd.
Wet- en regelgeving
3. Het wettelijk kader is opgenomen in de bijlage. De bijlage maakt deel uit van deze uitspraak.
Oordeel van de rechtbank
4. De rechtbank ziet zich allereerst ambtshalve voor de vraag gesteld of eiser voldoende processueel belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het onderhavige beroep.
4.1
Ter zitting heeft het college aangegeven dat eiser per 27 maart 2023 werk heeft gevonden en geen bijstandsuitkering meer ontvangt. Ook heeft eiser feitelijk niet hoeven te voldoen aan het plan van aanpak en heeft het college bevestigd dat het plan van aanpak geen rol kan spelen bij een eventuele nieuwe bijstandsaanvraag van eiser. De rechtbank stelt vast dat volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) [1] het hebben van een louter formeel of principieel belang onvoldoende is voor het aannemen van (voldoende) procesbelang. Gelet hierop acht de rechtbank het vereiste van procesbelang in het onderhavige beroep hiermee niet aanwezig. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang.
4.2
Ten overvloede merkt de rechtbank op dat eiser nog heeft aangevoerd dat hij verschillende wethouders ter verantwoording heeft geroepen, maar dat zij daar niet op hebben gereageerd. De bespreking van eisers klachten over verschillende wethouders ligt buiten de omvang van het geding waardoor deze beroepsgrond geen doel treft.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van het door eiser betaalde griffierecht bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. van Alphen, rechter, in aanwezigheid van mr. S.C.J.J. van Roij, griffier op 31 oktober 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Griffier
Rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Participatiewet
Artikel 9, eerste lid, onder b
De belanghebbende van 18 jaar of ouder doch jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd is, vanaf de dag van melding als bedoeld in artikel 44, tweede lid, verplicht:
b. gebruik te maken van een door het college aangeboden voorziening, waaronder begrepen sociale activering, gericht op arbeidsinschakeling, alsmede mee te werken aan een onderzoek naar zijn mogelijkheden tot arbeidsinschakeling en, indien van toepassing, mee te werken aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 44a;
Artikel 44a
1. Het plan van aanpak bevat:
a. indien van toepassing de uitwerking van de ondersteuning;
b. de verplichtingen gericht op arbeidsinschakeling en de gevolgen van het niet naleven van die verplichtingen.
2. Het college begeleidt een persoon die recht heeft op algemene bijstand bij de uitvoering van het plan van aanpak en evalueert, in samenspraak met die persoon, periodiek het plan van aanpak en stelt dit zonodig bij.
Algemene wet bestuursrecht
Artikel 8:1
Een belanghebbende kan tegen een besluit beroep instellen bij de bestuursrechter.

Voetnoten

1.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de CRvB van 8 april 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:1138.