Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
machtiging gesloten jeugdhulp)
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De zaak betreft een verzoek tot verlenging van een machtiging voor gesloten jeugdhulp voor een minderjarige, waarbij de kinderrechter op 11 september 2023 uitspraak deed. De machtiging was eerder verlengd tot 18 september 2023, en het verzoek betrof de periode daarna tot 18 januari 2024.
Tijdens de mondelinge behandeling werd duidelijk dat de gecertificeerde instelling (GI) nog bezig is met het evalueren van de bezoeken van de minderjarige aan zijn vader, waarbij een verslag van een zorgverlener ontbreekt om te toetsen of de minderjarige bij zijn vader kan gaan wonen. De minderjarige en zijn vader willen graag dat hij bij de vader gaat wonen, maar de voogd is terughoudender en geeft aan dat de minderjarige nog kwetsbaar is en baat heeft bij de huidige gesloten groep.
De kinderrechter constateert dat er onvoldoende zicht is op een passende woonplek en dat het onderzoek naar wonen bij de vader nog niet is afgerond. Daarom wordt de machtiging gesloten jeugdhulp verlengd voor de gevraagde periode. De GI wordt aangespoord om de regie strak te voeren en actief te zoeken naar een passende oplossing.
De beslissing is mondeling gegeven en schriftelijk vastgelegd, met een mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden.
Uitkomst: De machtiging voor gesloten jeugdhulp wordt verlengd van 18 september 2023 tot 18 januari 2024.