De vrouw verzocht de rechtbank om de man te verbieden te verhuizen naar een andere plaats zolang hun minderjarige kinderen minderjarig zijn, met het oog op het belang van de kinderen en de bestaande zorgregeling. De man woont momenteel samen met de kinderen in een co-ouderschapsregeling en wil zonder hen verhuizen.
De rechtbank heeft partijen gehoord, waaronder de minderjarige kinderen. De vrouw stelde dat de verhuizing nadelig is voor de kinderen, vooral vanwege de nabijheid van de opa en de hulpverlening die de kinderen ontvangen. De man stelde dat de verhuizing geen gezagsbeslissing betreft zolang de kinderen niet meeverhuizen en dat de zorgregeling ook na verhuizing kan worden nageleefd.
De Raad voor de Kinderbescherming erkende de belangen van beide ouders en benadrukte het belang van een spoedige beslissing. De rechtbank oordeelde dat de man vrij is om te verhuizen zolang hij de minderjarigen niet meeneemt, en dat het verzoek van de vrouw daarom niet kan worden toegewezen. Het voorwaardelijke verzoek van de man om toestemming te verhuizen werd niet behandeld.
De rechtbank moedigde partijen aan om in overleg te treden over de gevolgen van de verhuizing voor de zorgregeling en de belangen van de kinderen. De beschikking werd op 25 september 2023 mondeling gegeven en op 10 oktober 2023 schriftelijk vastgelegd.