In deze zaak vordert de grootmoeder een voorlopige omgangsregeling met haar kleindochter, waarbij de kleindochter één weekend per maand bij haar verblijft. De ouders van het kind oefenen gezamenlijk het gezag uit. Tijdens de procedure bereiken partijen overeenstemming over een omgangsregeling waarbij de kleindochter iedere drie weken een weekend van vrijdag 16.00 uur tot zondag 16.00 uur bij de grootmoeder verblijft, met vervoer verzorgd door de partner van de grootmoeder.
De rechtbank constateert dat er geen belangen zijn die zich verzetten tegen deze afspraken en veroordeelt partijen tot nakoming van de gemaakte afspraken. De proceskosten worden gecompenseerd, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Het vonnis is uitgesproken door de voorzieningenrechter Dijkman op 20 oktober 2023 in Middelburg, waarbij tevens de griffier aanwezig was. Hiermee wordt de omgangsregeling formeel bekrachtigd en uitvoerbaar verklaard.