Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
2.Verzoek
3.Standpunten
4.Beoordeling
5.Beslissing
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1954 te [geboorteplaats] ;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 25 oktober 2023 uitspraak gedaan in een rekestprocedure over een verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1954. De zaak betreft verplichte geestelijke gezondheidszorg conform artikel 6:4 Wvggz Pro. Betrokkene lijdt aan meerdere psychische stoornissen die leiden tot ernstig nadeel, waaronder levensgevaar en ernstige verwaarlozing.
Tijdens de mondelinge behandeling waren betrokkene, haar advocaat, de mentor, psychiater en sociaal psychiatrisch verpleegkundige aanwezig. De psychiater pleitte voor toekenning van de resterende zorgmachtiging voor zes maanden, met een vangnetconstructie zodat betrokkene in haar eigen thuissituatie kan blijven. Betrokkene en haar advocaat stemden hiermee in, hoewel betrokkene aangaf dat zij de huidige hulpverlening voldoende acht.
De rechtbank concludeert dat de psychische stoornis niet wordt betwist en dat er geen vrijwillige zorgmogelijkheden zijn vanwege gebrek aan ziekte-inzicht en dreigende medicatieweigering. De verplichte zorg omvat onder meer toediening van medicatie, beperkingen in bewegingsvrijheid en opname in een accommodatie indien noodzakelijk. Minder bezwarende alternatieven zijn niet beschikbaar. De zorgmachtiging wordt daarom verleend tot en met 17 mei 2024.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging met verplichte zorgmaatregelen tot 17 mei 2024.