ECLI:NL:RBZWB:2023:7767

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
25 oktober 2023
Publicatiedatum
8 november 2023
Zaaknummer
C/02/415193 / FA RK 23/4962
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • De Beer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:7 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot voortzetting van crisismaatregel op grond van Wvggz wegens psychotische stoornis

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 25 oktober 2023 een beschikking gegeven tot voortzetting van een crisismaatregel ingevolge artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Dit verzoek werd ingediend door de officier van justitie en betrof betrokkene die verblijft in een zorgaccommodatie vanwege een vermoedelijke psychotische stoornis.

Tijdens de mondelinge behandeling waren betrokkene, zijn advocaat, de psychiater en verpleegkundig specialist aanwezig. Betrokkene betwistte niet de psychische stoornis maar vroeg om duidelijkheid over de verblijfplaats en stelde voorwaarden omtrent roken. De psychiater en verpleegkundig specialist onderschreven het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel en de noodzakelijke vormen van verplichte zorg.

De rechtbank stelde vast dat betrokkene dreigend en agressief gedrag vertoonde, wat een onmiddellijk dreigend ernstig nadeel opleverde voor zichzelf en anderen. De voorgestelde verplichte zorgvormen omvatten medicatietoediening, bewegingsbeperking, insluiting, toezicht, kleding- en lichaamsonderzoek, beperkingen in de vrijheid en opname in een accommodatie. Minder bezwarende alternatieven ontbraken en de zorg werd als evenredig en effectief beoordeeld.

De machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel werd verleend tot en met 15 november 2023, met de mogelijkheid tot het treffen van de genoemde vormen van verplichte zorg. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel met noodzakelijke vormen van verplichte zorg tot en met 15 november 2023.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht
Locatie: Middelburg
Zaaknummer: C/02/415193 / FA RK 23/4962
Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
Beschikking van 25 oktober 2023van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg, naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot verlenging van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1976 te [geboorteplaats] ,
wonende aan [woonadres] ,
thans verblijvende in de accommodatie Stichting Emergis te [plaats 1] ,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. M.W. Dieleman te Middelburg.

1.Procesverloop

1.1
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift van 24 oktober 2023, ingekomen ter griffie op 24 oktober 2023, waarin de officier van justitie heeft verzocht om voortzetting van de op 23 oktober 2023 opgelegde crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een afschrift van de beschikking van de burgemeester van de gemeente Hulst tot het nemen van de crisismaatregel van 23 oktober 2023;
- de medische verklaring van 23 oktober 2023;
- een uittreksel uit het curatele- en bewindregister;
- de gegevens over eerder afgegeven machtigingen ingevolge de Wet Bopz en de Wvggz;
- een afschrift van de justitiële documentatie en/of de politiemutaties.
1.2
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 25 oktober 2023, in de hierboven genoemde accommodatie.
1.3
Tijdens de mondelinge behandeling waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- mevrouw [naam 1] , de psychiater;
- de heer [naam 2] , de verpleegkundig specialist.
Tevens waren de volgende personen aanwezig, deze zijn echter niet gehoord:
- de verpleegkundigen ( [naam 3] en [naam 4] ).
1.4
De officier van justitie is zoals hij reeds aangaf in zijn verzoek niet op de mondelinge behandeling verschenen en dus ook niet gehoord.

2.Verzoek

2.1
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor betrokkene te verlenen.

3.Standpunten

3.1
Door betrokkene is tijdens de mondelinge behandeling naar voren gebracht dat hij zich afvraagt om welke reden hij in een extra beveiligde kamer (EBK) zit. Hiernaast heeft betrokkene aangegeven dat hij niet psychotisch is. Betrokkene vindt het niet erg om hier te blijven, maar onder de voorwaarde dat hij kan en mag roken. Hij wil duidelijkheid.
3.2
Namens betrokkene is door de advocaat tijdens de mondelinge behandeling naar voren gebracht dat er geen juridische problemen zijn om de crisismaatregel voort te zetten.
3.3
Door de psychiater is tijdens de mondelinge behandeling naar voren gebracht dat het verzoek moet worden toegewezen. Hiernaast heeft de psychiater aangegeven dat de vormen van verplichte zorg noodzakelijk zijn te weten toedienen van medicatie, verrichten van medische controles, andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, beperken van de bewegingsvrijheid, insluiten, uitoefenen van toezicht op betrokkene, onderzoek aan kleding en lichaam, aanbrengen van beperkingen in de vrijheid van het eigen leven in te richten (…) en opnemen in een accommodatie.
3.4
Door de verpleegkundig specialist is tijdens de mondelinge behandeling naar voren gebracht dat het verzoek moet worden toegewezen en onderschrijft de door de psychiater gevraagde vormen van verplichte zorg.

4.Beoordeling

4.1
Het vermoeden bestaat dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten
schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat uit de medische verklaring van 23 oktober 2023 blijkt dat betrokkene dysfoor en geagiteerd kan zijn. Betrokkene is dreigend geweest naar zorgverleners en naar derden. Betrokkene verblijft bij een begeleide woonvorm in [plaats 2] en daar is hij fysiek geraakt met personeel. Hiernaast blijkt uit de genoemde verklaring dat betrokkene zichzelf lijkt uit te putten door niet te slapen en hij wil niet opgenomen worden. Door of namens betrokkene is het vermoeden van een psychische stoornis niet betwist.
4.2
Uit de overgelegde stukken en het behandelde tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept en de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is. De rechtbank overweegt hierbij dat uit de genoemde medische verklaring blijkt dat betrokkene dreigend en agressief is geweest en hiervoor gisteren bij het politiebureau is geweest. Betrokkene is fysiek geweest met personeel van de begeleide woonvorm. Dat betrokkene dreigend over kan komen is de rechtbank niet onopgemerkt gebleven nu de mondelinge behandeling bij de EBK heeft plaatsgevonden. Door of namens betrokkene is het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel niet betwist.
4.3
Het ernstige vermoeden bestaat dat dit onmiddellijk dreigend ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit de hierboven genoemde psychische stoornis. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
4.4
De rechtbank is derhalve van oordeel dat anders dan de in de crisismaatregel genoemde zorg, de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk zijn om het nadeel af te wenden, te weten:
- toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat de vormen van verplichte zorg te weten beperken van de bewegingsvrijheid, insluiten, uitoefenen van toezicht op betrokkene en onderzoek aan kleding of lichaam alleen kunnen worden aangewend indien betrokkene in verband met psychotische decompensatie is of dient te worden opgenomen in een accommodatie.
De overige door de officier van justitie verzochte vormen van verplichte zorg worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de psychiater en de verpleegkundig specialist tijdens de mondelinge behandeling gemotiveerd hebben verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.
4.5
Betrokkene verzet zich tegen de hiervoor genoemde vormen van verplichte zorg.
4.6
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
4.7
De rechtbank is van oordeel dat de voorgestelde verplichte zorg evenredig is en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
4.8
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, voor de verzochte duur.
4.9
Dit leidt tot de volgende beslissing.

5.Beslissing

De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1976 te [geboorteplaats] ;
bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 15 november 2023;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven door mr. De Beer, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 25 oktober 2023 in tegenwoordigheid van mr. Hol, griffier, en op 8 november 2023 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.