ECLI:NL:RBZWB:2023:7770
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Rekestprocedure
- Haerkens-Wouters
- Meyboom
- Oomes
- Rechtspraak.nl
Toestemming tussentijds hoger beroep over waardering aandelen bij ontbinding geregistreerd partnerschap
In deze zaak gaat het om een tussentijds hoger beroep in het kader van de ontbinding van een geregistreerd partnerschap en de waardering van aandelen van een BV per peildatum 29 december 2022. De rechtbank had een register valuator benoemd om de economische waarde van de aandelen te bepalen volgens de DCF-methode, met uitgangspunten als going concern en stand-alone.
Partijen hebben zich uitgelaten over de benoemde deskundige, de vragen aan de deskundige en de kosten. De vrouw verzocht om tussentijds appèl op grond van artikel 385 lid 4 Rv Pro, omdat zij het niet eens is met de beschikking van 14 juni 2023. Zij stelde onder meer dat de vraagstelling aan de deskundige moet worden aangepast van “economische waarde” naar “waarde in het economisch verkeer” en vroeg om een aanvullende vraag over het bedrag dat onttrokken kan worden zonder de continuïteit in gevaar te brengen.
De man stemde in met de benoeming van de deskundige en het voorschot, bevestigde de DCF-methode als waarderingsmethode en verzet zich tegen het verzoek van de vrouw tot tussentijds appèl, gezien de lange duur van de procedure. De rechtbank weegt de belangen en besluit om het tussentijds hoger beroep toe te staan om te voorkomen dat een omvangrijk en kostbaar deskundigenonderzoek later als niet doelmatig wordt beoordeeld. De zaak wordt verwezen naar de rol voor verdere procedurele afhandeling, waarbij bij instellen van appèl de zaak wordt geschorst tot het hof uitspraak doet.
Uitkomst: De rechtbank staat tussentijds hoger beroep toe en verwijst de zaak voor verdere procedurele afhandeling.