ECLI:NL:RBZWB:2023:7797

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
17 augustus 2023
Publicatiedatum
8 november 2023
Zaaknummer
23-004952 en 23-004951
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
  • M. Collombon
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 SvArt. 533 SvArt. 534 SvArt. 9a SrArt. 535 Sv
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning gedeeltelijke schadevergoeding na vrijspraak en voorlopige hechtenis

Verzoeker is op 8 oktober 2020 aangehouden en in verzekering gesteld, en op 11 oktober 2020 in vrijheid gesteld. De strafzaak tegen hem eindigde op 18 november 2022 met een vrijspraak door de politierechter zonder oplegging van straf of maatregel. Verzoeker vorderde vergoeding voor immateriële schade door voorlopige hechtenis, kosten rechtsbijstand en gederfde inkomsten als gevolg van het niet kunnen werken.

De rechtbank oordeelt dat de zaak zonder strafoplegging is geëindigd en dat zij bevoegd is het verzoek te behandelen. Op grond van artikel 533 Sv Pro kan vergoeding worden toegekend voor schade door voorlopige hechtenis, en artikel 530 Sv Pro biedt vergoeding voor kosten rechtsbijstand en gemaakte reis- en verblijfkosten.

De rechtbank kent een forfaitaire vergoeding van € 520 toe voor vier dagen voorlopige hechtenis, gebaseerd op de LOVS-richtlijnen. De gevorderde vergoeding voor gederfde inkomsten van € 5.000 wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De kosten rechtsbijstand van € 7.789,27 worden toegewezen na toelichting op de kostenposten. Daarnaast wordt een forfaitaire vergoeding van € 680 toegekend voor de kosten van het indienen en behandelen van het verzoekschrift.

De totale toegewezen vergoeding bedraagt € 8.989,27, die zal worden overgemaakt aan de gemachtigde advocaat. Tegen deze beslissing kan binnen de wettelijke termijnen hoger beroep worden ingesteld.

Uitkomst: De rechtbank wijst gedeeltelijk het verzoek tot vergoeding toe voor immateriële schade, kosten rechtsbijstand en procedurekosten, maar wijst de vergoeding voor vermogensschade af.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Locatie Breda
parketnummer: 02/145776-22
rk-nummers: 23-004952 en 23-004951
Beslissing op de verzoekschriften ex artikelen 533 en 530 van het Wetboek van Strafvordering
Beslissing op de verzoekschriften ex artikelen 530 en 533 van het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv) ingekomen ter griffie op 22 februari 2023, in de zaak:
[verzoeker]
geboren op [geboortedag] 1990 te [geboorteplaats]
wonende te [woonadres]
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. J.H.E.M. Kersemaekers, advocaat te Breda op het adres Postbus 4650, 4803 ER Breda
Verzoeker is [verzoeker] voornoemd.

1.De procedure

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
 het verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding
ex artikel 533 Sv Proten laste van de Staat voor een bedrag van:
  • € 520,-, voor schade wegens ondergane inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis;
  • € 5.000,-, voor vergoeding van vermogensschade;
 het verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding
ex artikel 530 Sv Proten laste van de Staat voor een bedrag van:
  • € 7.789,27, voor vergoeding van kosten rechtsbijstand;
  • te vermeerderen met de kosten met betrekking tot het opstellen en indienen van het verzoekschrift ad € 340,00 dan wel € 680,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
  • de aantekening van het mondelinge vonnis van de politierechter van 18 november 2022 waarbij verzoeker is vrijgesproken;
  • de stukken waaruit blijkt dat verzoeker op 8 oktober 2020 in verzekering is gesteld en op 11 oktober 2020 in vrijheid is gesteld;
  • de schriftelijke conclusie van het Openbaar Ministerie
Op 3 augustus 2023 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie, mr. M.E.W.G. Stals en mr. J.H.E.M. Kersemaekers als gemachtigd advocaat van verzoeker gehoord.
Verzoeker is behoorlijk opgeroepen maar niet bij de behandeling van het verzoek verschenen.
Namens verzoeker is aangevoerd dat de strafzaak tegen hem op 18 november 2022 middels een vrijspraak door de politierechter is geëindigd zonder de oplegging van een straf of maatregel of de toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht. Verzoeker is ten gevolge van de verdenking aangehouden en in verzekering gesteld op 8 oktober 2020 en in vrijheid gesteld op 11 oktober 2020. Verzoeker heeft door het ondergaan van deze voorlopige hechtenis immateriële schade geleden voor een bedrag van € 520,- (4 dagen á € 130,-) en verzoekt om deze schade aan hem te vergoeden. Alsmede de schade voor de aan hem verleende rechtsbijstand voor een bedrag van € 7.789,27. Verzoeker heeft daarnaast door het verblijf op het politiebureau schade geleden omdat hij als zzp'er niet heeft kunnen werken en opdrachten is verloren. Verzoeker schat het bedrag aan gederfde inkomsten op € 5.000,- en verzoekt dit bedrag aan hem te vergoeden, te vermeerderen met het bedrag aan forfaitaire vergoeding voor het opstellen, indienen en in raadkamer behandelen van het verzoekschrift. In raadkamer heeft de advocaat desgevraagd toegelicht dat de gedeclareerde kostenposten ‘openen/sluiten dossier’ en ‘kantoorkosten’ daadwerkelijk verschillende werkzaamheden betreffen. De ‘kantoorkosten’ zien namelijk op de vaste kosten van het kantoor en het ‘openen/sluiten dossier’ zien op de (administratieve) werkzaamheden van de advocaat. Zoals het aanleggen van een (fysiek) dossier en het op een verplicht voorgeschreven wijze registreren van alle gegevens van cliënten.
De officier van justitie refereert zich aan de schriftelijke conclusie van het Openbaar Ministerie.

2.De beoordeling

De rechtbank overweegt als volgt.
De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel of met zodanige oplegging, doch op grond van een feit waarvoor voorlopige hechtenis niet is toegelaten en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen, nu de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank is vervolgd, zou worden vervolgd of laatstelijk werd vervolgd.
Ingevolge artikel 533 Sv Pro kan aan een verdachte die niet wordt veroordeeld of wiens zaak wordt
geseponeerd een vergoeding worden toegekend van de schade die hij ten gevolge van ondergane
verzekering, klinische observatie of voorlopige hechtenis heeft geleden.
Ingevolge artikel 530 Sv Pro wordt aan de gewezen verdachte een vergoeding toegekend in
de ten behoeve van het onderzoek en de behandeling van de zaak gemaakte reis- en verblijfkosten, en kan een vergoeding worden toegekend voor de schade welke hij ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling der zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden, alsmede, behoudens in het zich hier niet voordoende geval dat - kort gezegd - de raadsman was toegevoegd, in de kosten van een raadsman.
Ingevolge artikel 534, eerste en vierde lid, Sv vindt toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe, naar het oordeel van de rechtbank, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
Verzoeker heeft
4 dagen in verzekering en/of voorlopige hechtenis op het politiebureaudoorgebracht. De LOVS-uitgangspunten gaan uit van een forfaitaire vergoeding van € 130,00 per dag voor het verblijf op het politiebureau of in het Huis van Bewaring met beperkingen of in een extra beveiligde inrichting (EBI) en € 100,00 in de overige gevallen.
De gevraagde vergoeding is conform de LOVS-uitgangspunten. De rechtbank ziet geen reden daarvan af te wijken. De rechtbank zal naar billijkheid een bedrag toekennen van
€ 520,-.
Ten aanzien van de verzochte kosten in verband met verlies aan inkomsten is de rechtbank van oordeel dat er geen sprake is van vermogensschade die op grond van artikel 533 Sv Pro vergoed dient te worden. De rechtbank wijst deze vermogensschade af. Hierbij is van belang dat verzoeker de gederfde inkomsten onvoldoende heeft onderbouwd.
Het verzochte bedrag aan kosten van rechtsbijstand ter grootte van
€ 7.789,27is – mede door de toelichting in raadkamer over de kostenposten ‘openen/sluiten dossier’ en ‘kantoorkosten’ – in voldoende mate onderbouwd en komt de rechtbank billijk voor. De rechtbank zal dit bedrag toewijzen.
Voor de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van de verzoekschriften in raadkamer wordt het forfaitaire bedrag van
€ 680,00toegekend.

3.De beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 533 Sv Pro toe tot een bedrag van
€ 520,-, bestaande uit:
- € 520,-.
-voor schade wegens ondergane inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis;
wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv Pro toe tot een bedrag van
€ 8.469,27, bestaande uit:
- € 7.789,27 aan kosten van rechtsbijstand;
- € 680,00 de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van de verzoekschriften in raadkamer;
wijst de verzoeken voor het overige af.
bepaalt dat een bedrag van
€ 8.989,27zal worden overgemaakt op [rekeningnummer] ten name van Stichting Beheer Derdengelden TDNL Strafrechtadvocaten, onder vermelding van “ [kenmerk] ”.
Deze beslissing is op 17 augustus 2023 gegeven door mr. M. Collombon, rechter, in tegenwoordigheid van J.H. Cornelissen, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 augustus 2023.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen de beslissing ex artikel 533 en Pro ex 530 Sv kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van deze beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (artikel 535 lid 1 Sv Pro).