Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
De feiten
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige, geboren in 2018. De ouders oefenen gezamenlijk het gezag uit, maar er is sprake van een langdurige en heftige ouderlijke strijd waarbij de moeder de vader diskwalificeert en onvoldoende meewerkt aan hulpverlening en communicatie.
De minderjarige ontwikkelt zich positief, ook op school, maar de voortdurende conflicten tussen ouders veroorzaken een ernstige bedreiging van haar ontwikkeling, met name door loyaliteitsproblemen. De moeder weigert mee te werken aan gezinstaxatie en ouderschapsbemiddeling, terwijl de vader wel bereid is tot medewerking.
De kinderrechter oordeelt dat de hulp van de gecertificeerde instelling noodzakelijk blijft om de problematiek te begeleiden en de bedreiging af te wenden. Gezien de jarenlange strijd zal vrijwillige oplossing niet slagen. Daarom wordt de ondertoezichtstelling verlengd tot 31 oktober 2024 en wordt de beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt verlengd tot 31 oktober 2024 en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.