ECLI:NL:RBZWB:2023:782
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening ingangsdatum 30%-bewijsregeling voor ingekomen werknemer
Belanghebbende, die vanaf 1 augustus 2019 in dienst trad bij een Nederlandse BV en op 23 augustus 2019 in Nederland arriveerde, maakte aanspraak op de 30%-bewijsregeling voor ingekomen werknemers. De inspecteur kende deze regeling toe met ingang van 1 januari 2020, maar belanghebbende stelde dat de ingangsdatum op zijn aankomstdatum moest worden vastgesteld.
De rechtbank behandelde het beroep tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur en oordeelde dat de ingangsdatum van de regeling inderdaad moet worden gesteld op 23 augustus 2019, de dag van aankomst in Nederland. De inspecteur sloot zich aan bij dit standpunt.
De rechtbank vernietigde de uitspraak op bezwaar en verwees de zaak terug naar de inspecteur om opnieuw te beslissen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd overeengekomen dat belanghebbende een proceskostenvergoeding ontvangt van €1.674 en het griffierecht van €49 wordt vergoed.
Partijen werden geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep binnen zes weken na verzending van de uitspraak bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch. De uitspraak is openbaar gemaakt en zal pas worden uitgevoerd nadat deze onherroepelijk is geworden.
Uitkomst: De rechtbank stelt de ingangsdatum van de 30%-bewijsregeling op 23 augustus 2019 en wijst de zaak terug naar de inspecteur.