ECLI:NL:RBZWB:2023:7836
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijkheid bezwaar loonheffing 2021 wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur inzake de ingehouden loonheffing over het jaar 2021. De inspecteur had het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening. De rechtbank bevestigt dat het bezwaarschrift op 17 mei 2022 is ontvangen, wat na de wettelijke termijn van zes weken is. Belanghebbende heeft geen redenen opgegeven die de termijnoverschrijding kunnen verontschuldigen.
De rechtbank overweegt dat een bezwaarschrift tijdig is indien het binnen zes weken na de inhouding of afdracht wordt ontvangen, met een uitzondering voor post indien het op tijd is gepost en binnen een week na afloop van de termijn wordt ontvangen. Dit was hier niet het geval. De inspecteur heeft vervolgens ambtshalve een beoordeling gegeven en de volledige ingehouden loonheffing over 2021 teruggegeven.
De rechtbank verklaart het beroep daarom kennelijk ongegrond en handhaaft de uitspraak op bezwaar. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Partijen kunnen binnen zes weken verzetschrift indienen als zij het niet eens zijn met deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het bezwaar te laat is ingediend en niet verontschuldigd.