ECLI:NL:RBZWB:2023:7854
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling urencriterium en zelfstandigenaftrek voor fysiotherapeut met opleiding osteopathie
Belanghebbende, werkzaam als fysiotherapeut en tevens student osteopathie, maakte aanspraak op zelfstandigenaftrek voor de jaren 2018 en 2019. De inspecteur weigerde deze aftrek omdat de uren besteed aan de opleiding osteopathie niet meetellen voor het urencriterium, aangezien dit een andere beroepsdiscipline betreft.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaar tegen de aanslag 2018 niet-ontvankelijk was wegens te late indiening, maar ging inhoudelijk in op het beroep omdat partijen instemden met het overslaan van de bezwaarprocedure. De rechtbank stelde vast dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de opleiding osteopathie gericht was op het verkrijgen of op peil houden van vakbekwaamheid voor zijn onderneming als fysiotherapeut.
Daarmee werd geconcludeerd dat de uren voor de opleiding niet meetellen en dat belanghebbende niet voldeed aan het urencriterium. De beroepen werden ongegrond verklaard, waardoor de aanslagen en de belastingrente ongewijzigd blijven. Belanghebbende krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: De beroepen van belanghebbende worden ongegrond verklaard en de aanslagen blijven ongewijzigd.