Uitspraak
1.[gedaagde sub 1] , vennoot van [bewindvoering] ,
[belanghebbende],
[gedaagde sub 2],
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De zaak betreft een geschil tussen Beveland Wonen en [belanghebbende], huurder van een woning, waarbij Beveland Wonen ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming vordert vanwege het aantreffen van een handelshoeveelheid softdrugs in de woning. Beveland Wonen stelt dat [belanghebbende] tekort is geschoten in zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst en beroept zich tevens op een huurachterstand.
De kantonrechter stelt vast dat het aanwezig hebben van ruim 1 kilo softdrugs een tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst oplevert. Echter, het bewijs voor daadwerkelijke drugshandel ontbreekt en de huurachterstand is niet opeisbaar verklaard wegens het ontbreken van dwaling. Daarnaast weegt het belang van [belanghebbende] bij behoud van zijn woning, gezien zijn zwakke gezondheid en het lopende schuldsaneringstraject, zwaarder dan het belang van Beveland Wonen bij ontbinding.
Daarom wijst de kantonrechter de vorderingen tot ontbinding en ontruiming af, maar waarschuwt [belanghebbende] dat een volgende overtreding kan leiden tot een andere beslissing. Beveland Wonen wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning wordt afgewezen vanwege de specifieke omstandigheden van de huurder.