ECLI:NL:RBZWB:2023:7886
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling kostenvergoeding parkeerbelasting na bezwaar en beroep
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting en kreeg in bezwaar een kostenvergoeding toegekend van €296,00. De heffingsambtenaar stelde dat dit bedrag juist was en ook is uitbetaald. Belanghebbende betwistte dit en stelde dat de vergoeding gebaseerd moest zijn op de procespuntwaarde per 1 januari 2023.
De rechtbank oordeelde dat uit de uitspraak op bezwaar duidelijk blijkt dat het juiste bedrag aan kostenvergoeding is toegekend, ondanks een kennelijke schrijffout in de berekeningstekst. Hierdoor is het beroep kennelijk ongegrond en blijft de uitspraak op bezwaar gehandhaafd.
Als gevolg hiervan krijgt belanghebbende geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter L.P. Hertsig op 13 november 2023 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak op bezwaar blijft gehandhaafd.