Uitspraak
RECHTBANK Zeeland-West-Brabant
1.[gedaagde in conventie 1] VOF,
2.
[gedaagde in conventie 2],
3.
[gedaagde in conventie 3],
1.De procedure
- het vonnis van 30 augustus 2023, met de daarin genoemde stukken;
- het bericht van de advocaat van [eiser in conventie] van 4 oktober 2023;
- de reactie van de advocaat van [gedaagden in conventie] van 11 oktober 2023.
2.De beoordeling
3.De beslissing
5.10. veroordeelt [eiser in conventie] om aan [gedaagden in conventie] te betalen een bedrag van € 42.552,12 exclusief btw/€ 46.238,07 inclusief btw, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf de respectieve vervaldata van de onderliggende facturen telkens tot de dag van volledige betaling,”;