Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2023:7890

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
8 november 2023
Publicatiedatum
14 november 2023
Zaaknummer
C/02/401336 / HA ZA 22-479 (H)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Scheffers
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 RvArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herstelvonnis inzake correctie rente en bedrag in civiele bodemzaak

In deze civiele bodemzaak heeft eiser bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant een verzoek ingediend tot herstel van het vonnis van 30 augustus 2023. Eiser stelde dat terminologie in het vonnis onjuist was gebruikt en dat er fouten waren gemaakt in de toegewezen bedragen en rente. De rechtbank overwoog dat de terminologische correcties geen kennelijke fouten waren die eenvoudig hersteld konden worden en wees dat deel van het verzoek af.

Ten aanzien van de toegewezen bedragen en de toegepaste rente oordeelde de rechtbank echter dat er wel sprake was van kennelijke fouten die eenvoudig hersteld konden worden volgens artikel 31 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De rechtbank corrigeerde daarom het toegewezen bedrag en wijzigde de toegepaste wettelijke handelsrente in de wettelijke rente, aangezien eiser een particulier is.

De rechtbank handhaafde verder de inhoud van het oorspronkelijke vonnis, met dien verstande dat de verbeteringen op de minuut van het vonnis van 30 augustus 2023 worden vermeld en als één geheel worden beschouwd. Het herstelvonnis werd uitgesproken op 8 november 2023 door rechter Scheffers.

Uitkomst: Het verzoek tot herstel van het vonnis wordt deels toegewezen door correctie van het toegewezen bedrag en de rente, terwijl terminologische correcties worden afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK Zeeland-West-Brabant

Civiel recht
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer: C/02/401336 / HA ZA 22-479
Herstelvonnis van 8 november 2023
in de zaak van
[eiser in conventie],
te [plaats],
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: ‘[eiser in conventie]’,
advocaat: mr. M. de Jong te Kerkdriel,
tegen

1.[gedaagde in conventie 1] VOF,

te [plaats],
2.
[gedaagde in conventie 2],
te [plaats],
3.
[gedaagde in conventie 3],
te [plaats],
gedaagde partijen in conventie,
eisende partijen in reconventie,
hierna gezamenlijk samen te noemen: ‘[gedaagden in conventie]’,
advocaat: mr. H.S. Memelink te Zevenbergen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het vonnis van 30 augustus 2023, met de daarin genoemde stukken;
  • het bericht van de advocaat van [eiser in conventie] van 4 oktober 2023;
  • de reactie van de advocaat van [gedaagden in conventie] van 11 oktober 2023.

2.De beoordeling

2.1.
[eiser in conventie] heeft bij bericht van 4 oktober 2023 om herstel verzocht van het vonnis van 30 augustus 2023. [eiser in conventie] heeft daartoe de volgende punten aangevoerd:
overal waar in het vonnis het woord ‘platformlift’ staat, moet staan ‘lift’. En overal waar in het vonnis het woord ‘plateaulift’ staat, moet staan ‘platformlift’;
in rechtsoverweging 4.106 wordt een bedrag van € 5.250,00 teveel toegewezen, omdat in rechtsoverweging 4.3 is overwogen dat over het bedrag van € 25.000,00 (factuur 22/0000) geen btw is verschuldigd;
onder rechtsoverweging 5.10 wordt ten onrechte de wettelijke handelsrente in plaats van de wettelijke rente toegewezen, omdat in het vonnis in incident is vastgesteld dat [eiser in conventie] een particulier is.
2.2.
[gedaagden in conventie] kan zich niet vinden in het door [eiser in conventie] ingediende verzoek.
2.3.
De rechtbank is van oordeel dat er ten aanzien van punt 1. geen sprake is van een kennelijke fout die zich leent voor eenvoudig herstel zoals bedoeld in artikel 31 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Het verzoek tot herstel zal voor punt 1. daarom worden afgewezen.
2.4.
Ten aanzien van de punten 2. en 3. is de rechtbank van oordeel dat wel sprake is van een kennelijke fout die zich leent voor eenvoudig herstel zoals bedoeld in artikel 31 Rv Pro. Het verzoek tot herstel voor de punten 2. en 3. zal daarom worden toegewezen.

3.De beslissing

De rechtbank:
handhaaft de inhoud van het tussen partijen op 30 augustus 2023 gewezen vonnis met bovenvermeld zaaknummer, met dien verstande dat:
de in rechtsoverweging 5.10 opgenomen veroordeling als volgt zal luiden:

5.10. veroordeelt [eiser in conventie] om aan [gedaagden in conventie] te betalen een bedrag van € 42.552,12 exclusief btw/€ 46.238,07‬ inclusief btw, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf de respectieve vervaldata van de onderliggende facturen telkens tot de dag van volledige betaling,”;
bepaalt dat deze verbetering onder de vermelding van de datum van 8 november 2023 wordt vermeld op de minuut van het vonnis van 30 augustus 2023;
bepaalt dat de griffier dit vonnis hecht aan de minuut van het vonnis van 30 augustus 2023 en van deze vonnissen als één geheel afschrift respectievelijk grosse verstrekt.
Dit vonnis is gewezen door mr. Scheffers, rechter, en in tegenwoordigheid van mr. Hartman, senior gerechtsjurist, uitgesproken op 8 november 2023.