ECLI:NL:RBZWB:2023:7892

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
16 november 2023
Publicatiedatum
14 november 2023
Zaaknummer
AWB- 22_50
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen aanslag zuiveringsheffing woonruimten

Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de aanslag zuiveringsheffing woonruimten die was vastgesteld op basis van een meerpersoonshuishouden. De heffingsambtenaar had deze aanslag echter al verminderd naar de maatstaf van een eenpersoonshuishouden. Het bezwaar van belanghebbende richtte zich op zowel de waardevaststelling van de onroerende zaak als de aanslag zuiveringsheffing woonruimten. De heffingsambtenaar heeft het bezwaar tegen de waardevaststelling ongegrond verklaard, maar heeft niet expliciet beslist op het bezwaar tegen de aanslag zuiveringsheffing woonruimten.

De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen de aanslag zuiveringsheffing woonruimten prematuur is omdat er geen uitspraak op bezwaar is gedaan over dit onderdeel. Daarnaast is de aanslag al verminderd conform het verzoek van belanghebbende. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Belanghebbende krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.

De uitspraak is gedaan door rechter M.H. van Schaik en griffier D. Alblas op 16 november 2023 te Breda. Belanghebbende kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch binnen zes weken na verzending van de uitspraak.

Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag zuiveringsheffing woonruimten wordt niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 22/50

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 november 2023 in de zaak tussen

[belanghebbende] , uit [woonplaats] , belanghebbende

(gemachtigde: mr. J.W. Vugts ),
en
de heffingsambtenaar van Belastingsamenwerking West-Brabant(gemeente Bergen op Zoom), de heffingsambtenaar.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 26 november 2021.
1.1.
De heffingsambtenaar heeft bij beschikking van 26 februari 2021 onder andere de waarde van de onroerende zaak [adres 1] te [plaats] vastgesteld. Tegelijk met deze waardevaststelling is aan belanghebbende onder andere ook de aanslag zuiveringsheffing woonruimten opgelegd naar de maatstaf van een meerpersoonshuishouden (de aanslag).
1.2.
De heffingsambtenaar heeft bij brief van 13 maart 2021 de aanslag zuiveringsheffing woonruimten verminderd naar de maatstaf van een eenpersoonshuishouden.
1.3.
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard.
1.4.
De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.5.
De rechtbank heeft het beroep op 2 november 2023 op zitting behandeld. Partijen hebben zich afgemeld voor de zitting.

Feiten

2. Belanghebbende woont alleen aan [adres 2] .

Beoordeling door de rechtbank

3. Het beroepschrift van belanghebbende richt zich tegen de aanslag zuiveringsheffing woonruimten. Deze aanslag is reeds verminderd bij brief van 13 maart 2021. Daarna heeft belanghebbende bezwaar gemaakt. Dit bezwaar richtte zich zowel tegen de vastgestelde waarde als tegen de aanslag zuiveringsheffing woonruimten. Bij uitspraak op bezwaar van 26 november 2021 heeft de heffingsambtenaar beslist op de bezwaren tegen de waardevaststelling. Uit niets blijkt dat in deze uitspraak op bezwaar (of in een andere uitspraak op bezwaar) ook een beslissing is genomen op het bezwaar van belanghebbende tegen de aanslag zuiveringsheffing woonruimten. Het beroep van belanghebbende dat enkel ziet op de aanslag zuiveringsheffing woonruimten is dan ook prematuur en daarom niet-ontvankelijk. Overigens heeft belanghebbende in beroep tegen de aanslag zuiveringsheffing woonruimten enkel aangevoerd dat de aanslag verminderd moet worden naar een heffing voor een eenpersoonshuishouden. Die vermindering heeft de heffingsambtenaar al toegepast bij brief van 13 maart 2021.

Conclusie en gevolgen

4. Het beroep is niet-ontvankelijk. Omdat het beroep niet-ontvankelijk is, krijgt belanghebbende zijn griffierecht niet vergoed. Ook krijgt belanghebbende geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. M.H. van Schaik, rechter, in aanwezigheid van D. Alblas, griffier, op 16 november 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “
Formulieren en inloggen” op
www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch.