Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlasteleggingen
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
opzetop de dood van aangever [slachtoffer 1] geweest. Het zou dan gaan om een mesje dat niet groter is dan een pink. Door met een klein mesje een steekwond toe te brengen, aanvaard je niet willens en wetens de aanmerkelijke kans dat een slachtoffer kan komen te overlijden. Niet elke steekwond veroorzaakt een aanmerkelijke kans op overlijden van een slachtoffer. Dit geldt temeer als niet duidelijk wordt met welke kracht is gestoken. Verdachte moet dan ook vrijgesproken worden van dit feit.
voorwaardelijk opzetop een bepaald gevolg, zoals in dit geval de dood van aangever [slachtoffer 1] . Daarvoor is vereist dat verdachte moet hebben geweten dat door zijn handelen de aanmerkelijke kans bestond dat de dood van het slachtoffer zou kunnen intreden en dat verdachte die kans bewust heeft aanvaard.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
noodzakelijkis. Verdachte wordt immers niet in staat geacht zich te houden aan eventueel op te leggen voorwaarden. Dat heeft het verleden bewezen. Duidelijk is dat verdachte gebaat is bij een stevig kader waarin langdurige verplichte behandeling van verdachte kan plaatsvinden en andere risicofactoren kunnen worden onderzocht.
7.De benadeelde partijen
nog25 behandelingen, zoals is gesteld. Toegewezen wordt daarom € 11,22 en voor het overige wordt de benadeelde partij met betrekking tot deze gevorderde post niet-ontvankelijk verklaard.
eigen schuld(artikel 6:101 BW Pro) aan de zijde van aangever [slachtoffer 1] . De rechtbank is van oordeel dat uit de vaststelling van de feiten voldoende duidelijk is geworden dat aan de zijde van aangever [slachtoffer 1] geen sprake is geweest van eigen schuld. Het is verdachte geweest die heimelijk een mes heeft gepakt en daarmee op verdachte heeft ingestoken. Een matiging op basis van eigen schuld is dan ook absoluut niet aan de orde. Het verweer wordt verworpen.
8.Het beslag
Ten aanzien van parketnummer 02-035771-23
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
een gevangenisstraf van drie jaren;
terbeschikkingstellingvan verdachte,
met verplegingvan overheidswege;
benadeelde partij [slachtoffer 1]van € 45.048,76, waarvan € 27.548,76 aan materiële schade en € 17.500,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 5 februari 2023 tot aan de dag der voldoening;
het [slachtoffer 1](parketnummer 02-035771-23),
€ 45.048,76te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 5 februari 2023 tot aan de dag der voldoening;
260 dagen gijzelingkan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
benadeelde partij [slachtoffer 2]van € 1.270,62, waarvan € 270,62 aan materiële schade en € 1.000,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 1 augustus 2022 tot aan de dag der voldoening;
het [slachtoffer 2](parketnummer 02-194013-22),
€ 1.270,62te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 1 augustus 2022 tot aan de dag der voldoening;
22 dagen gijzelingkan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;