ECLI:NL:RBZWB:2023:7899
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete wegens niet uitgeschakelde machine tijdens reinigingswerkzaamheden
Eiseres exploiteert een bedrijf dat isolerende dakplaten en gevelbeplating produceert. Op 25 april 2022 raakte een ingeleende arbeidskracht ernstig gewond tijdens reinigingswerkzaamheden aan een schaafbank die niet was uitgeschakeld en spannings- of drukloos was gemaakt, wat leidde tot een bestuurlijke boete van €18.900 opgelegd door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
De rechtbank oordeelt dat de werkzaamheden van het slachtoffer wel degelijk reinigingswerkzaamheden waren, ondanks het betoog van eiseres dat deze niet noodzakelijk waren en geen opdracht was gegeven. De minister heeft terecht vastgesteld dat de schaafbank niet was uitgeschakeld tijdens deze werkzaamheden, wat een overtreding vormt van artikel 7.5, tweede lid, van het Arbobesluit.
Eiseres voerde aan dat zij aan alle matigingsgronden voldeed, zoals het hebben van een Risico Inventarisatie en Evaluatie (RIE), het bieden van adequate instructies en toezicht, en het nemen van maatregelen na het ongeval. De rechtbank stelt echter vast dat de risico’s van de concrete werkzaamheden onvoldoende waren geïnventariseerd, de veilige werkwijze niet schriftelijk was vastgelegd, instructies niet adequaat waren toegespitst op reinigingswerkzaamheden en toezicht niet effectief was zonder adequate instructies.
Ook de na het ongeval genomen maatregelen, zoals het plaatsen van afzetlinten en controle van de machine, waren onvoldoende om de boete te matigen. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de boete, waarbij eiseres geen griffierecht of proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: De bestuurlijke boete van €18.900 blijft in stand omdat de overtreding is vastgesteld en matigingsgronden niet zijn bewezen.