De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 1 februari 2023 uitspraak gedaan in de bestuursrechtelijke beroepen van twee belanghebbenden tegen de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over de jaren 2017 tot en met 2020. De inspecteur had de bezwaren ongegrond verklaard, maar na het arrest van de Hoge Raad van 24 december 2021 en het daaropvolgende Besluit rechtsherstel box 3 werd het belastbare inkomen uit sparen en beleggen voor 2019 al verlaagd.
De rechtbank heeft vastgesteld dat het rechtsherstel zoals door de inspecteur toegepast voor de jaren 2017, 2018 en 2020 in overeenstemming is met de Wet rechtsherstel box 3, die met terugwerkende kracht tot 1 januari 2017 geldt. Belanghebbenden hebben geen inhoudelijke bezwaren meer tegen het geboden rechtsherstel, maar wensen eerst de verminderingsbeschikkingen te ontvangen voordat zij hun beroepen eventueel intrekken.
De rechtbank oordeelt dat het belastbare inkomen uit sparen en beleggen voor belanghebbende 1 moet worden verlaagd tot € 228 voor 2017, en tot respectievelijk € 49 en € 17 voor 2018 en 2020. Voor belanghebbende 2 worden de aanslagen over 2018 en 2020 eveneens verlaagd tot respectievelijk € 49 en € 17. De beroepen over 2019 worden ongegrond verklaard omdat die aanslagen reeds zijn verlaagd. De rechtbank bepaalt dat de inspecteur de betaalde griffierechten aan belanghebbenden moet vergoeden. De overige elementen van de aanslagen blijven gehandhaafd.