Eiser maakte bezwaar tegen het besluit van DUO tot intrekking van zijn aanvullende beurs over de periode augustus tot en met december 2021, maar diende dit bezwaar te laat in. De minister verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk vanwege het overschrijden van de bezwaartermijn. Eiser voerde aan dat de vertraging niet aan hem kon worden toegerekend vanwege complexe omstandigheden, slechte communicatie tussen DUO en de Belastingdienst, en persoonlijke familieomstandigheden.
De rechtbank oordeelt dat eiser een goede en begrijpelijke reden heeft voor het te laat indienen van het bezwaar. De mogelijkheid tot pro forma bezwaar werd niet vermeld in de rechtsmiddelenvoorlichting van DUO en ook niet tijdens telefonische contacten. Eiser ging er terecht vanuit dat het belangrijker was om een volledig bezwaarschrift met bewijsstukken in te dienen, wat door moeizame communicatie met de Belastingdienst vertraagd werd.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en beveelt de minister aan het bezwaar alsnog inhoudelijk te beoordelen binnen zes weken. Tevens moet de minister het griffierecht en proceskosten aan eiser vergoeden. De uitspraak benadrukt het belang van correcte informatievoorziening over bezwaarprocedures en de verschoonbaarheid van termijnoverschrijdingen in complexe situaties.