Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,
[de moeder01] ,
[de vader01] ,
de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Breda,
Het procesverloop
- een vertegenwoordiger van de GI;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De zaak betreft een verzoek van de gezinsvoogdij-instelling (GI) tot wijziging van de contactregeling tussen een minderjarige en haar vader, feitelijk een schorsing van het contact voor onbepaalde tijd. De contactregeling was moeizaam en de minderjarige vertoonde steeds meer weerstand tegen het contact met haar vader, wat leidde tot het stopzetten van de contacten door de GI zonder rechterlijke toestemming. De kinderrechter neemt dit de GI kwalijk, maar toetst het verzoek op basis van de actuele situatie.
Uit rapportages blijkt dat de minderjarige sinds de stopzetting van het contact rustiger en meer ontspannen is, met verbeterd gedrag en slaap. Hervatting van het contact zou haar ontwikkeling kunnen schaden. De kinderrechter overweegt dat het recht op contact in principe bestaat, maar dat schorsing mogelijk is als het zwaarwegend belang van het kind dit vereist. Daarom wordt het contactrecht van de vader voor zes maanden geschorst om de weerstand van de minderjarige te onderzoeken en passende hulpverlening in te zetten.
De moeder zal de vader maandelijks via e-mail op de hoogte houden van het welzijn van de minderjarige en hem foto’s sturen. De kinderrechter benadrukt het belang van intensieve begeleiding van de ouders en het herstellen van communicatie tussen hen. Na zes maanden moet de contactregeling in principe worden hervat, tenzij gewijzigde omstandigheden een nieuwe beslissing vereisen.
Uitkomst: Het contactrecht van de vader met de minderjarige wordt voor zes maanden geschorst wegens emotionele onveiligheid.