ECLI:NL:RBZWB:2023:7992
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Bodemzaak
- Ponds
- Rechtspraak.nl
Vernietiging huurovereenkomst kantoormachines wegens dwaling en afwijzing overige vorderingen
In deze civiele zaak tussen twee besloten vennootschappen gaat het om drie huurovereenkomsten voor kantoormachines uit 2016, 2019 en 2020. De eiser vordert betaling van openstaande facturen, beëindigingsvergoedingen en andere kosten.
De rechtbank oordeelt dat de overeenkomst uit 2020 vernietigd moet worden wegens dwaling, omdat de huurder niet wist en ook niet behoorde te weten dat de looptijd van de huur verlengd zou worden. Dit volgt uit de communicatie en het feit dat de huurder alleen wilde dat de facturatie gelijk zou lopen. De overeenkomst uit 2016 is inmiddels geëindigd, waardoor geen vergoeding verschuldigd is voor de oudste zes printers.
De overeenkomst uit 2019 wordt niet ontbonden, omdat onvoldoende is gebleken van een tekortkoming in de nakoming. De gevorderde beëindigingsvergoeding en afkoopsom worden daarom afgewezen. Ook andere vorderingen zoals onbetaalde facturen, ophaalkosten en onderzoekskosten worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Wel wordt een bedrag van € 1.410,90 toegewezen wegens onverschuldigde betaling, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 14 februari 2022 en buitengerechtelijke incassokosten van € 211,64. De eiser wordt veroordeeld in de proceskosten van € 1.588,00.
Uitkomst: De overeenkomst uit 2020 wordt vernietigd wegens dwaling; overige vorderingen worden afgewezen behalve een beperkte vergoeding voor onverschuldigde betaling met rente en incassokosten.