Verzoeker kreeg een besluit van het UWV waarbij zijn WIA-uitkering werd gewijzigd wegens een lagere mate van arbeidsongeschiktheid. Verzoeker maakte bezwaar en het UWV verklaarde dit bezwaar gegrond, wijzigde het besluit en stelde een nieuwe uitkeringsperiode vast. Verzoeker stelde beroep in tegen dit gewijzigde besluit. Tijdens de procedure gaf de rechtbank het UWV de gelegenheid het besluit te herstellen vanwege een gebrek.
Het UWV trok daarop het bestreden besluit in en kende verzoeker een IVA-uitkering toe met ingang van een eerdere datum. Naar aanleiding hiervan trok verzoeker zijn beroep in en verzocht om vergoeding van de proceskosten. Het UWV verzette zich niet tegen dit verzoek.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek om proceskostenvergoeding gegrond was, stelde de kosten vast op €1.674,- en veroordeelde het UWV tot betaling hiervan. Daarnaast wees de rechtbank erop dat het griffierecht van €49,- door het UWV vergoed moet worden. De uitspraak werd gedaan door rechter Schuurman-Kleijberg op 10 februari 2023.