ECLI:NL:RBZWB:2023:8004
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen niet-ontvankelijkheid BPM-aangifte wegens termijnoverschrijding afgewezen
Belanghebbende diende een bezwaar in tegen de aanslag BPM, maar dit bezwaar werd door de inspecteur niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. De rechtbank bevestigt dat het bezwaar te laat is ingediend en dat er geen verontschuldigbare redenen zijn voor deze termijnoverschrijding.
De procedure kende een lange geschiedenis, waarbij eerder een verzetuitspraak de zaak terugwees naar de inspecteur om de verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding te beoordelen. Ondanks een hoorgesprek en de mogelijkheid om redenen aan te dragen, heeft belanghebbende geen inhoudelijke toelichting gegeven.
De rechtbank oordeelt dat de termijnoverschrijding niet aan de inspecteur of de Staat kan worden toegerekend, maar aan belanghebbende zelf, mede omdat het verzoek tot terugwijzing als een vertragingstactiek wordt beschouwd. Daarom wijst de rechtbank het verzoek om immateriële schadevergoeding af.
Het beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak op bezwaar blijft in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Bezwaar tegen niet-ontvankelijkverklaring BPM wegens termijnoverschrijding wordt ongegrond verklaard en verzoek om immateriële schadevergoeding afgewezen.